Over de ‘Grond van de (landbouw)zaak’ - Verslag, conclusies en vervolg Open Voedselraad Antwerpen  

Op de Antwerpse open Voedselraad van woensdag 31 januari 2024 werden gericht een aantal specifieke sprekers uitgenodigd om informatie te verzamelen over de ‘Grond van de landbouwzaak. Hoeveel (publieke) landbouwgronden zijn er nog? Wie is eigenaar? Hoe worden ze momenteel gebruikt? Hoe zouden we ze in de toekomst betaalbaarder, ecologischer kunnen maken? Kunnen we opnieuw een sociale invulling geven aan landbouwgronden zoals weleer? In Antwerpen is er net zoals in de meeste Vlaamse steden en gemeenten geen bewust ruimtelijk landbouwbeleid wat ook de duurzame landbouwtransitie sterk hindert. 

Gemeenten, OCMW’s, kerkfabrieken, provinciebesturen en hogere overheden bezitten samen heel wat publieke gronden. Bijvoorbeeld in Oost-Vlaanderen ruim 10% van de oppervlakte, of bijna 28.000 ha. De jongste 10 jaar evolueerde dit publiek grondbezit sterk via omvangrijke aankopen en verkopen. De redenen daarachter zijn ontwikkelingen voor natuur, industrie, recreatie, wonen, waterbeheer en infrastructuurwerken, of het genereren van geld voor eigen projecten. De opvallende afwezige in het grondenmanagement van de openbare besturen is een landbouwbeleid. De analyse van publieke grondtransacties in gans de provincie Oost-Vlaanderen tussen 2010 en 2020 levert amper voorbeelden met een landbouw- of voedseldoelstelling. Het doctoraatsonderzoek van Hans Vandermaelen (UGent – ILVO) brengt deze realiteit scherp in beeld. Vandermaelen bestudeerde niet alleen de totale hoeveelheid publiek grondbezit in 2020, maar ook de evolutie ervan tussen 2010 en 2020. Zowel het aantal aankopen als verkopen van publieke eigendommen ligt hoog. 

Het aantal verkooptransacties - vooral door de OCMW’s en de kerkfabrieken - is spectaculair te noemen, zeker in vergelijking met de eeuwenlange geschiedenis van deze gronden. Het grondbezit van alle OCMW’s samen daalde het laatste decennium met bijna 20%. Dat van alle kerkfabrieken samen met bijna 10%. Met de opbrengst financierden de verkopers projecten in het eigen werkveld of op het eigen grondgebied. De verkopende besturen verantwoorden de transacties met de boodschap dat een verkoop niets wijzigt aan de planbestemming van de grond, dus weinig impact. 

Het argument klopt ten dele: landbouwgrond blijft meestal landbouwgrond. Maar het negatief effect op de landbouwbedrijven blijkt toch veel groter dan vermoed, legt Hans Vandermaelen uit. Via kwalitatief onderzoek legde hij de processen bloot die zich voltrekken bij de landbouwbedrijven in het geval van een verkoop. 
 
Het is het feitelijk landbouwgebruik dat drastisch kan gaan schuiven. Er wordt aan de verkoopzijde steevast gestreefd naar een zo hoog mogelijke prijs, waardoor aan de aankoopzijde kapitaalkrachtige actoren, niet noodzakelijk met landbouwdoelstellingen, sterker staan. Sommige pachters voelen zich genoodzaakt om toch zelf te kopen en steken zich in schulden. Ze hopen op die manier de toekomst van hun familiaal landbouwbedrijf veilig te stellen, maar maken het voor hun opvolgers onbetaalbaar om het bedrijf over te nemen. Wanneer de gronden verkocht worden aan anderen, dan hebben die het recht om een pachtovereenkomst stop te zetten als ze er zelf aan landbouw willen doen.’ 

Een casestudie over de eigendommen van OCMW Gent toont ook een inschatting van de breedte van het fenomeen. In Oost-Vlaanderen pachten 160 verschillende landbouwers meer dan 10% van hun areaal bij het OCMW van Gent. Gemiddeld gaat het zelfs over 30%. ‘Een eventuele verkoop van zulke OCMW gronden beïnvloedt hoogstwaarschijnlijk ook de overige 70%, want uit eerder onderzoek weten we dat het verlies van zelfs een klein deel van het bedrijfsareaal tot een faillissement kan leiden. Boeren die zich gedwongen voelden om hun pachtgrond duur te kopen dreigen anderzijds te eindigen met een moeilijk over te nemen bedrijf met een hoge schuldgraad.’ 

Het besluit is dat het ruimtelijk effect van een verkoop van publieke gronden, die van oudsher voor landbouw dienden, zowat drie keer zo groot is dan je zou verwachten. De facto wordt er vanuit Gent over de toekomst van 160 landbouwbedrijven mee beslist. De casestudie OCMW Gent suggereert dat er in heel Vlaanderen vele honderden landbouwbedrijven zijn wiens toekomst mee afhangt van het grondbeleid van publieke instellingen. Het negatief effect van verkopingen op de betrokken landbouwbedrijven wordt tot nu toe onderschat of genegeerd. De realiteit ervan blijkt nog niet doorgedrongen, zelfs niet bij openbare besturen die actief inzetten op een lokale voedselstrategie. 

In de provincie Antwerpen is 46% van het ruimtelijk bestemd landbouwgebied feitelijk gebruikt door niet-landbouwtoepassingen. De cijfers over publieke gronden voegen daar een nieuwe vaststelling aan toe. Ze tonen hoe de afwezigheid van landbouwdoelen in het grondbeleid van alle openbare besturen de landbouwruimte nog verder onder druk zet. 
— Hans Vandermaelen

Net op het moment dat de landbouwsector voor gigantische uitdagingen staat, toont dit onderzoek dat het grondbeleid van publieke instellingen wordt gekenmerkt door een quasi-totale afwezigheid van landbouwdoelen. Tegelijk toont de analyse voor vele andere beleidsdomeinen ook aan hoe belangrijk publiek grondbezit is om succesvol beleidsdoelen te realiseren. Met 10 % publieke grond is er nog steeds een groot potentieel om ook een gericht landbouwbeleid te realiseren. 

De Landgenoten 

De Landgenoten zet in op het beheer van gronden als een common, een gemeengoed waar de hele maatschappij verantwoordelijk voor is en de vruchten van kan plukken. Dit nieuwe idee heeft tijd nodig om te rijpen in de geesten van de mensen. Maar het is tegelijkertijd heel logisch: net zoals water en lucht is voedsel immers een basisbehoefte waarvoor landbouwgrond noodzakelijk is. Met deze innovatieve oplossing inspireren we tal van organisaties, start-ups, sociale ondernemingen, overheden, … 

De Landgenoten is een coöperatie en een stichting die landbouwgrond koopt met het geld van aandeelhouders en schenkers. Zij verhuren die grond aan bioboeren via loopbaanlange contracten. Door boeren een langlopend huurcontract aan te bieden, stimuleren we de groei van duurzame landbouw in Vlaanderen, verzekeren we de continuïteit van landbouwbedrijven en beschermen we de opgebouwde bodemvruchtbaarheid voor de volgende generatie bioboeren. We nemen trouwens ook grond in beheer of geven advies aan grondeigenaren om hun grond duurzaam te laten bewerken. Bovendien zoeken we overnemers voor landbouwers die stoppen

De Landgenoten kwamen hun Toolbox voorstellen voor lokale besturen. Een lokaal bestuur kan optreden als grondeigenaar, facilitator en/of regulator. Deze toolbox geeft publieke grondeigenaren handvaten en inspiratie om zelf aan de slag te gaan met het bestemmen van hun publieke landbouwgrond voor duurzame, professionele landbouw.  

Ook Kim Verstrepen van het Kabinet van schepen Tom Meeuws kwam een korte toelichting geven. De stad Antwerpen beschikt sowieso over heel veel info en data. Maar die zijn nog niet verzameld en geanalyseerd. De stad/OCMW beschikt nog over publieke landbouwgronden, maar niet op het grondgebied Antwerpen. Heel deze thematiek is sowieso opgenomen in de Antwerpse Voedselstrategie. Ook in het vernieuwde Ruimtelijk Structuurplan van de stad is het thema ‘Ruimte voor voedsel’ opgenomen. Ook in Antwerpen is er dus nog heel wat onderbenut potentieel voor duurzamere en faire landbouw. De Kinderboerderij van Wilrijk heeft recent een nieuwe concessiehouder gekregen. De stad stelde een heel ambitieus programma als voorwaarde op. Er was heel veel interesse. 

Kinderboerderij Wilrijk als ‘best practice’ in Antwerpen 

Adje Van Oekelen (De Volle Grond, PAKT) kwam als één van de mede-initiatiefnemers De Kinderboerderij van Wilrijk voorstellen. Bezielers Steven, Tijl en Tim hebben enkele jaren geleden een team van experten samengesteld dat nodig was om een groot project als dit mogelijk te maken, dit team heeft de naam vzw De Koempanie gekregen. Het team bestaat uit dierenverzorgers, leerkrachten, boeren, bodemexperten en sociale organisaties. Allemaal samen hebben ze ervoor gezorgd dat die Kinderboerderij in Wilrijk eindelijk weer de deuren kon open doen. De kinderboerderij moet een plaats zijn waar maatwerk, duurzaamheid, educatie en ontspanning centraal staan. Het moet een gezellige en aangename plaats worden voor de Wilrijkenaren, de Antwerpenaren en alle andere bezoekers.  
Voor de landbouw ligt de focus op de korte keten en ecologische landbouw technieken. Door het toepassen van innovatieve landbouwtechnieken kunnen ze reeds op korte termijn starten met telen. Ze zullen een community based principe toepassen waarbij ze met geïnteresseerde buurtbewoners aan de slag gaan zodat ook zij kunnen genieten van onze verse groenten.  

De kinderboerderij moet over de hele lijn een sociale onderneming zijn. Ze willen een vangnet zijn voor kwetsbare mensen en jongeren en hen opvangen in een positieve omgeving. 
— Adje, Kinderboerderij Wilrijk

Bij elke stap en beslissing die ze nemen zullen ze steeds kiezen voor de meest duurzame oplossing. Ze willen een voorbeeld zijn als het gaat om duurzaamheid. Hun aandacht zal vooral uitgaan naar de innovatieve landbouwtechnieken en ecologische regeneratie. Want hun grootste uitdaging zal de bodemverontreiniging zijn.  

Het laatste woord kreeg Lien Vrijders van de gloednieuwe ‘klimaatboerderij’ Grassroots. Lien is bioloog van opleiding en heeft al een hele carrière achter de rug. Ze hield zich bezig met het ​ verlies aan biodiversiteit en de ecologische uitdagingen die op ons afkomen door de klimaatverandering. Maar ze merkte dat de samenleving er traag op reageert. In 2014 is ze dan landwijzer gaan volgen. Dat is een praktijkgerichte landbouwopleiding die veel mensen aantrekt die niet uit een landbouwgezin komen. Zo belandde ze van achter de computer op het veld.   

Ze is vorig jaar na een heel lange en frustrerende zoektocht kunnen starten op een stuk landbouwgrond in Vremde, een deelgemeente van Boechout. Ze had geen enkel zicht op garanties voor het gebruik van de landbouwgrond na het opstartjaar 2023. In maart 2023 lanceerde de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een projectoproep voor het perceel van 3,5 hectare, voor een korte keten-project. Lien Vrijders wist gelukkig met haar project ‘Grassroots’ de jury te overtuigen. Hierdoor kon ze verder weken op haar perceel. Gek genoeg heeft ze momenteel nog steeds geen enkele formele overeenkomst met de VLM.  

Word lid van nieuwe werkgroep 

Wervel vzw en de Landgenoten gaan een werkgroep opstarten om vervolgacties rond (publieke) landbouwgronden in elkaar te steken. Ze wil kijken of we tot beleidsaanbevelingen kunnen komen en ook de lokale situatie in Antwerpen concreet bekijken. Eerste bijeenkomst in de loop van maart 2024. 

Burgers, middenveldorganisaties, experten, landbouwers, … zijn allemaal welkom! Info en contact: dorinne@wervel.be  

  

Interessante links en presentaties: 

 

De Voedselraad Antwerpen is een samenwerking tussen Commons Lab vzw, Wervel vzw, Rurant, Fundament 2060, Saamo, Stadsakker, stad Antwerpen en allerhande Antwerpse voedselpioniers. 

Koen Wynants
Verslag – ‘De financiering van collectieve waarde(n): van uitdagingen naar oplossingen’

Vrijwilliger Els ging Commons Lab vertegenwoordigen en bijleren op 25 januari op een evenement van kennisplatform Collectieve Kracht en Katalys in Driebergen-Zeist (NL). Haar verslag lees je hieronder:

Met de fiets kom ik aangereden op het Landgoed De Reehorst in Zeist. Daar verrijst tussen oude bomen het hoofdkantoor van Triodos Bank Nederland. RAU Architecten ontwierpen in 2019 een volledig remontabel, houten organische gestalte, die wereldwijd de toon zette op circulair en duurzaam gebied.

Deze biotoop tussen natuur, cultuur en economie is een gedroomde plek voor CollectieveKracht (kennisplatform voor burgercollectieven in Nederland sinds februari 2021) en Katalys (stichting voor krachtige ondersteuning van lokale initiatieven in Nederland) om burgercollectieven en financiers van allerlei pluimage bijeen te brengen om samen te reflecteren en mekaar te inspireren.

Tine De Moor (momenteel hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en trekker van CollectieveKracht) modereert het evenement en verwelkomt de ruim 200 aanwezigen als ‘swimfluencers’.

Prof. Tine De Moor als moderator

Keynote van Hans Stegeman, hoofdeconoom Triodosbank Nederland

Hans Stegeman (hoofdeconoom Triodosbank) vertelt in zijn keynote dat ook Triodos, ooit gestart als burgerinitiatief, gevangen zit in het systeem tussen overheid en markt. Om deze laag ‘waarin wij als burgers zitten’ ruimte te geven – weg van de dominantie van private markten – is een mind shift nodig. Via de logica van transformatieve impact probeert Triodos in de driehoek tussen risico, rendement en impact de nadruk te leggen op impact als collectieve waarde die niet in geld uit te drukken is. Dit door de vraag te stellen ‘Wat helpt de transitie verder?’, in plaats van ‘Wat is duurzaam?’.


In een breakout-sessie over ‘Burgercollectieven, meer of juist minder risicovolle investeringen?’ reflecteert het panel in eerste instantie over de risico’s die financiers ervaren bij burgercollectieven (BC). Een opsomming:

  • het BC-businessmodel (verdienmodel, financiële levensvatbaarheid, niet zozeer financieel rendement)

  • de mensen zelf (amateurisme, betrokkenheid, continuïteit,…)

  • de impact(meting)

  • de rol van de overheid

  • onbekendheid van en met de risico’s door het innovatieve en startersaspect van BC’s (hoe langer iets bestaat, hoe minder risico een project inhoudt)

  • onduidelijkheid over welke (andere) financieringsbronnen er zijn, wie de risico’s draagt en hoe de BC is ingebed in een ecosysteem (als eventueel vangnet)

  • het type BC (sociale onderneming die kan overleven versus collectieven die afhangen van een soms ‘onbetrouwbare’ overheid)

De tweede ronde focust op de kwaliteiten van BC’s die niet in het financieringsplaatje gewaardeerd worden. Het zijn er veel:

  • BC’s creëren een draagvlak in de eigen omgeving (inzet/contributies van leden zelf)

  • hierdoor is er minder lokale tegenwerking of vertraging

  • betekenis voor de buurt/wijk/stad

  • continuïteit van de lokale inbedding (lange-termijn-engagement ziet men niet altijd)

  • ontwikkelen gemeenschapszin

  • activeren ondernemerschap (buurtmakers die consumenten transformeren tot producenten)

  • integreren diverse activiteiten (energie, wonen, zorg,…), meervoudige waardecreatie

 


Breakout-sessie over ‘Burgercollectieven, meer of juist minder risicovolle investeringen?’

Ten slotte zoeken panelleden en toehoorders samen naar oplossingen:

  • noodzaak van goede begeleiding van BC’s op financieel en ondernemingsvlak

  • initiatiefnemers van BC’s die zelf ook geld inbrengen, crowdfunding

  • structureringscapaciteit verhogen om meervoudige waardecreatie te bevorderen (diverse BC’s die functies combineren, bijvoorbeeld in één gebied, verhoogt ieders veerkracht en verlaagt risico’s en transactiekosten)

  • expertise opbouwen rond financieringsproces van BC’s (van starter tot verder)

  • cofinancieringen organiseren, fonds als één spreekbuis dat BC’s begrijpt

  • bundelen van aanvragen in een fonds

  • uitbouwen van stabiel overheidsbeleid

  • overheden veranderen aanbestedingsregels ten gunste van collectieve diensten (minder faalkosten)

  • mogelijkheden uitpluizen van een ANBI (= Algemeen Nut Beogende Instelling in Nederland die het algemeen belang nastreeft en bepaalde belastingvoordelen krijgt)

De synthese van de andere break-out sessies brengt ook volgende aandachts- en werkpunten naar voren:

  1. Collectieven met vastgoed ervaren een paradox tussen het feit dat de financiering van het goed (als middel) tastbaar is, terwijl de ‘neveneffecten’ (als doel) meer maatschappelijke waarde ressorteren, maar minder zichtbaar zijn.

  2. Er is nood aan investeringen in domeinoverschrijdende samenwerkingen, waarbij financiers (en overheden) best afstappen van kokerdenken.

  3. Meervoudige waardecreatie binnen en tussen burgercoöperaties actief en collectief zichtbaar maken is broodnodig.

CollectieveKracht wil hier verder op inzetten, o.m. door een financiële routekaart voor burgercollectieven te ontwikkelen en/in een Whitepaper. De netwerkborrel nadien brengt alvast veel Nederlandse koppen bij elkaar en werkt als een prikkel om ook in Vlaanderen de dynamiek tussen collectieven en financiers verder in kaart te brengen en te versterken. Met dank aan het Commons Lab om mij alvast hiervoor uit te zenden!

Els Verstraete

Verslag – Luwteforum 2023

Onze samenleving wordt alsmaar drukker en lawaaiiger. Plekken waar het wat stiller en rustig is, worden schaarser. Tegelijk brengen burgers en sociaal-culturele bewegingen de waarde hiervan onder de aandacht. Die groeiende erkenning toont het verlangen naar een (samen)leven waar waarden zoals rust, vertraging en natuurverbondenheid een plaats krijgen. Op het tweede Vlaams Luwteforum bogen burgers, middenveld, ambtenaren, politici, projectontwikkelaars en planners zich over de centrale vraag:  

Hoe kunnen we buurtgerichte luwte-oases in Vlaanderen vlot realiseren?  

Programmateam Luwte-oases organiseerde deze dag ondersteund door Commons Lab in het Cultuurcentrum Mechelen.

Na een korte toelichting door Ankatrien Boulanger van het Regionaal Landschap Rivierenland over de werking van het Programmateam Luwte-oases trapte Prof. Danny Wildemeersch de dag af met een plenaire sessie over de ‘commons’ van stilte, rust en ruimte. 

Zoals Danny Wildemeersch aangaf, richt de idee van commons zich op collectieve actie, samenwerking en het delen van hulpbronnen binnen een gemeenschap. Rust en kalmte in de eigen buurt kan gezien worden als een common. Een waardevol goed waarvoor we als gemeenschap verantwoordelijkheid dragen om het onverminderd door te geven aan de toekomstige generaties. Luwte-oases zijn immers plekken die worden beheerd en gebruikt op een collectieve, inclusieve en duurzame manier.  

Om de luwte als common te installeren en te onderhouden, zijn goede praktijken van betrokkenheid en participatie belangrijk. 

Hoe dat concreet vorm kan krijgen, ontdekten we tijdens de Luwtesafari’s. Per fiets of te voet trokken we de Mechelse binnenstad in langs (potentiële) luwte-oases.  

De variatie in plekken, omstandigheden en manieren waarop deze beheerd worden, inspireert. Wat hebben al deze plekken gemeen? Het zijn groene plekken die zintuiglijke rust bieden in een drukke omgeving. Ze vormen groene oases met weinig prikkels in een lawaaierige, fel beschenen, warme of sterk verharde of dicht bebouwde omgeving. 

Dé ideale luwte-oase is subjectief. Sommige mensen waarderen vooral de afwezigheid van menselijke ingrepen. Dat luwe plekken ook als doorsteek worden gebruikt en er wat passage is, geeft anderen net een veiliger gevoel. 

Lees het verslag verder:

Extra's

Meer over het programma Luwte-oases

Het Luwteforum werd georganiseerd door het programma(team) Luwte-oases in samenwerking met Commons Lab

Opiniestuk – Doorbraak of gebakken lucht? De rol van actieve burgers in de partijprogramma’s

Collectieven van actieve burgers realiseerden de afgelopen 15 jaar oplossingen voor verschillende verdelingsvraagstukken. Hebben de politieke partijen in Nederland daar oog voor en krijgt dat uitdrukking in concrete programmapunten? Collectieve kracht heeft daarop 14 partijprogramma’s doorgelicht.

Auteurs: Tine de Moor, Ton Duffhues

Omgaan met onze beschikbare, eindige ruimte en eindige natuurlijke rijkdommen is een thema dat op vele manieren op de politieke agenda terugkomt: de wooncrisis, stikstofdiscussie, klimaatbeleid, subsidie aan fossiele bedrijven, de Omgevingswet, regeneratieve landbouw…. Iedereen weet inmiddels dat het anders moet, maar hoe? We doken in 14 partijprogramma’s met als belangrijkste vraag: erkennen de partijen het vermogen van burgercollectieven om zelf te werken aan oplossingen van actuele maatschappelijke vraagstukken op het gebied van wonen, zorg en welzijn, energie, voedsel en gebiedsontwikkeling? In het verlengde hiervan, is het ook mogelijk vast te stellen welke rol de actieve burger wordt toebedeeld in de versterking van de democratische rechtstaat?

Genoeg geëxperimenteerd
Tijdens de laatste weken van het demissionaire kabinet Rutte maakten verschillende partijen zich hard voor de wooncoöperatie. Ze hoorden de verhalen uit de praktijk over moeilijkheden rond financiering en ze zien daarin een rol voor de overheid. Eind oktober stemde de Tweede Kamer in met een extra bijdrage van 30 miljoen euro aan een landelijk fonds voor wooncoöperaties. Een mooi resultaat voor de beweging van wooncoöperaties en hun kennisplatform Cooplink, al is het op het geheel van de rijksuitgaven voor woningbouw slechts een douceurtje in vergelijking met bijvoorbeeld het leenfonds van 20 miljoen euro van de gemeente Amsterdam uit 2021. Is dit een incidenteel weggevertje of laat de politiek hiermee zien eindelijk mee te willen doen met de beweging van burgercollectieven? Dat zou een opsteker zijn voor netwerkorganisaties als Herenboeren Nederland en LSA Bewoners. Zij timmeren al tien jaar aan de weg en steken nog steeds veel energie in het duidelijk maken aan de politiek dat overal in Nederland burgers slagen in het anders denken, doen én organiseren. Het stadium van uitproberen is voor de beweging van burgercollectieven voorbij. Genoeg geëxperimenteerd, dus – mede het thema van de CollectieveKracht-dag dit jaar waar burgercollectieven uit allerlei sectoren hun uitdagingen deelden rondom samenwerken met de overheid. Hoe denken de politieke partijen hierover?

Partijprogramma’s ontleed
In de verkiezingsprogramma’s wordt weinig gerefereerd naar het begrip ‘burgercollectieven’: slechts een paar keer in de programma’s van PvdA/GroenLinks, CDA, D66 en CU. Varianten als burgerinitiatief of bewonersinitiatief scoren iets beter. De term ‘coöperatie’, als juridische vertaling van het burgercollectief, slaat meer aan, met de meeste vermeldingen bij de programma’s van achtereenvolgens PvdA/GroenLinks (22), CU (19), Volt (9), BIJ1 (7) D66 (6), CDA (6), NSC (4), VVD (2), BBB (1). In de programma’s van SP, PVV, FvD, SGP, JA21 en Denk ontbreken deze begrippen volledig.

Onder die partijen die burgercollectieven in brede zin – al dan niet ter vervanging of parallel aan termen als bewonersinitiatieven, coöperaties en sociale ondernemingen – behandelen, lijkt overeenstemming te bestaan over de betekenis van de bestaande collectieven op het gebied van energie, wonen, zorg en welzijn. Lokale energiecoöperaties worden onmisbaar geacht in de energietransitie vanwege de borging van decentrale opwekking en het lokaal eigenaarschap. Dit is al in bestaand beleid verankerd en nog eens via een kamerbesluit in oktober 2023 bevestigd. De maatschappelijke meerwaarde van bewonersinitiatieven in de zorg is ook evident voor de meeste partijen, met een keur aan argumenten: dichtbij huis, menselijke maat, bijdrage aan gemeenschapszin, geleid door burgers en gebruikers in plaats van financiers en professionals. Daarnaast zien ze dat bewoners van dorpen en wijken prima in staat zijn om zelf publieke voorzieningen in stand te houden (ontmoetingsplekken, buurthuis, stadstuin, sportveld). Tenslotte zien veel partijen de wooncoöperatie inmiddels als een schakel in de aanpak van vooral woon-zorgvraagstukken.

Een slag dieper gaat de vraag of die burgercollectieven een fundamentele betekenis krijgen in het grotere verhaal dat de partijen voorleggen. Zo wil D66 dat burgercollectieven ‘meer ruimte en mogelijkheden krijgen’ in het overheidsbeleid, want ‘zij lopen op de politiek vooruit en geven nieuwe energie aan de toekomst van ons land’. Concreter is het pleidooi van PvdA/GroenLinks voor een ‘actieprogramma voor het aanjagen van een coöperatieve samenleving’. Het CDA ziet verenigingen en coöperaties als het ‘cement van de samenleving’ en daarom verdienen ze de vrijheid, ruimte en aandacht. Volt benadrukt de betekenis van bewonersinitiatieven voor de lokale democratie en de maatschappelijke en economische impact van sociale ondernemingen. ‘Ruim baan voor coöperaties in dienst van de gemeenschap’, zegt ChristenUnie en past dat toe op kinderopvang, buurtzorg, wonen en energie. Ook pleit deze partij voor ‘meer coöps voor nieuwe marktmacht’ in de landbouw. Bij1 ziet in de werknemerscoöperatie de ‘standaard eigendomsstructuur voor nieuw opgerichte rechtspersoonlijkheden’.

In sommige gevallen zit de rol van burgers eerder vervat in de visie dan in de concrete oplossingen. In het narratief van het ‘Nieuwe Sociaal Contract’ tussen overheid en samenleving waait de geest van burgers die verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en voor hun omgeving. Hun stem moet gehoord worden en doorklinken in beleid en bestuur, primair via de gekozen volksvertegenwoordiging. NSC dicht verenigingen en coöperaties een ‘grote innerlijke kracht’ toe, net als het gezin, de familie en het dorp. Deze partij wil nieuwe wetten onderwerpen aan een ‘subsidiariteitstoets’: is overheidsingrijpen wel echt nodig of krijgen burgers het samen voor elkaar? Het blijft echter schimmig wat dit beginsel uit de katholieke sociale filosofie in praktische zin betekent voor burgercollectieven.

De BBB haalt de ‘Kleine Luyden’ van Abraham Kuiper en de verzuiling van stal om te stellen dat mensen in ‘gemeenschappelijkheid en in vrijheid’ een simpel, menswaardig bestaan nastreven waarbij de overheid zich dient te houden aan haar kerntaken en zorgfunctie. In dit traditionele narratief domineren burgers die zelf het best weten wat er in hun omgeving speelt en waar behoefte aan is. BBB komt dan niet uit bij nieuwe burgercollectieven en coöperatieven, maar bij vertrouwde ‘gemeenschapsorganisaties’ en vrijwilligersorganisaties die bijdragen aan sociale verbinding en leefbaarheid. Naoberschap zorgt ervoor dat algemeen belang boven individueel belang wordt gesteld.

Wederzijds vertrouwen?
De bijdragen die burgercollectieven kunnen leveren aan het herstel van vertrouwen in de overheid en de versterking van de democratie worden niet nadrukkelijk genoemd. Wel willen verschillende partijen actiever burgers erbij betrekken, bijvoorbeeld door middel van burgerberaden en -fora (Volt, D66 en BIJ1). De VVD vertrouwt op de kracht van ‘burgers en ondernemers’; zij moeten voelen dat de overheid er voor hen is en dat er meer mogelijkheden zijn voor participatie. JA21 vindt dat burgers ‘zelf het best kunnen bepalen wat goed voor hen en hun gemeenschap is’. PvdA/GroenLinks wijst op burgercollectieven als inspirerende voorbeelden waarmee ‘het tij te keren’ is. Er is volgens hen ‘oneindig veel mogelijk’ als de overheid haar burgers steunt om hun leefomgeving mede vorm te geven. Bij partijen als BBB, ChristenUnie en CDA valt op dat herstel van vertrouwen verstopt zit onder een wollen deken van gemeenschap en gemeenschapszin. BBB plaatst ‘gemeenschappen en een levendig middenveld’ tussen individu en staat. Het CDA stelt dat voor het behoud van de rechtstaat behalve overheid en markt een derde ‘element’ nodig is, namelijk de wil om te oefenen in fundamentele waarden van die rechtstaat, zoals verantwoordelijkheid. Dat gebeurt in gemeenschappen, verenigingen en coöperaties.

Op de politieke agenda
Of het de partijen om meer gaat dan louter lippendienst bewijzen aan de beweging van burgercollectieven, blijkt uit de concrete voorstellen die ze doen. Een vergelijking van de partijprogramma’s levert input voor wat de politieke agenda zou kunnen zijn met het breedst mogelijke draagvlak.

  • Gemeenten stimuleren tot actief beleid voor burgerinitiatieven met onder andere een gemeenschapsfonds (ook vanuit nationale overheid), renteloze leningen, opstartsubsidies, juridisch en boekhoudkundig advies. Daarnaast voorzieningen (combi van zorg, welzijn, ontmoeting, vrijwilligersloket) in dorp en buurt in stand houden door beheer en eigendom in handen van de gemeenschap of een collectief te leggen, een nationaal fonds voor een lokaal ‘huis van ontmoeting’, etc. (CDA, BBB, PvdA/GL, Volt, CU, SP, NSC)

  • Meer grond in handen van de gemeenschap via bijvoorbeeld een Nationale Grondbank, om die vervolgens vanuit publiek belang ter beschikking te kunnen stellen aan onder meer wooncoöperaties en voedselgemeenschappen. (PvdA/GL, Volt, BIJ1)

  • De maatschappelijke coöperatie als een aparte rechtsvorm erkennen om onderscheid te kunnen maken met commerciële bedrijven. (PvdA/GroenLinks) Onduidelijk is of dit volledig vergelijkbaar is met het idee van een wet op Maatschappelijk Initiatief (CDA). Daarnaast wordt melding gemaakt van de Maatschappelijke BV voor sociale ondernemingen. (D66)

  • Het uitdaagrecht (Right to Challenge) bestaat al langer. Via het uitdaagrecht kunnen inwoners hun gemeente uitdagen om gemeentelijke taken en budget over te nemen om hun buurt te verbeteren. Uitbreiding hiervan tot provincies en waterschappen is recent aan de orde geweest in het parlement. Gesproken wordt over zowel initiatiefrecht als uitdaagrecht voor burgercollectieven. (PvdA/GL, CDA, VVD, CU, BIJ1) Zo krijgen burgers de mogelijkheid om samen te bepalen hoe ze bijvoorbeeld collectieve voorzieningen op het gebied van zorg en welzijn met een coöperatie willen organiseren.

  • Ten aanzien van wooncoöperaties zijn er legio voorstellen: erkenning als maatschappelijke coöperatie, een sterkere grondpositie, de markttoets vervalt, eerste recht van koop van woningen van corporaties ten behoeve van sociale huur, een landelijk fonds, meer hofjes. (PvdA/GL, D66, CDA, Volt, VVD, CU, SP, NSC, BIJ1)

  • Stimuleren en faciliteren van nieuwe burgerinitiatieven gericht op landbouw, voedsel, natuur: boer–burgersamenwerking (korte ketens, dichtbij, gezond, minder verspilling), voedselgemeenschappen, buurttuinen, nieuwe boerencoöperaties. (CDA, PvdA/GL, D66, CU, Volt)

  • Investeren in competentie-ontwikkeling bij gemeenten om burgercollectieven beter van dienst te kunnen zijn. Dit past bij gemeenten en provincies die zich niet langer opstellen als uitvoeringsinstanties van de nationale overheid. (Volt, NSC)

  • Steun voor lokale energiecoöperaties is een actiepunt van nagenoeg alle partijen.

Binnen de lijntjes kleuren
Krijgt de beweging van burgercollectieven met deze politieke agenda de wind mee de komende jaren? Uiteraard is dat afhankelijk van de verkiezingsuitslagen en de regeringscoalitie die er uitrolt. Gelet op bovenstaande agenda is de kans groot dat enkele praktische voorstellen het zonder veel tegenspraak zullen halen. Als dit dan de lichtpuntjes zijn waarmee burgercollectieven het de komende jaren moeten doen, dan is het een schrale oogst en blijft er veel te wensen over. Gelet op de meer ideëel inhoudelijke betekenis die de politieke partijen toekennen aan burgercollectieven, dan lijkt er wel sprake te zijn van een voorzichtige doorbraak. De onderlinge verschillen zijn echter groot. Aan de ene kant staan partijen die de ‘gewone burger’ wel hoog hebben maar het potentieel van burgercollectieven niet of nauwelijks onderkennen, laat staan stimuleren. Hun verhaal blijft steken in waardering van de inzet van bewoners voor het publieke belang van de gemeenschap via vrijwilligerswerk en onderling hulpbetoon. Daartegenover staan de partijen die burgercollectieven in al hun verscheidenheid meer dan voorheen erkennen als een vitale kracht in onze samenleving die er voor de overheid om allerlei redenen toe doet. Dat kan zijn omdat die collectieven bijdragen aan de versterking van de democratie en het vertrouwen tussen overheid en burger; het kan ook zijn omdat ze voor de politiek als een ‘early warning system’ fungeren dat kritische geluiden vanuit de samenleving laat horen en tegelijkertijd nieuwe vormen van actief handelen en zelf organiseren laat zien. Hoe dan ook, de winst is dat burgercollectieven eindelijk onderdeel zijn van het politieke discours. Dat is wel het minste wat de duizenden collectieven met hun leden en achterbannen na al die jaren verdiend hebben. De actieve burgers laten zich terecht geen gebakken lucht meer verkopen. Voor hen hoeven de politieke partijen met hun voorstellen niet langer binnen de lijntjes te kleuren van bestaande praktijken en mogelijkheden.

Bron: Opiniestuk – Doorbraak of gebakken lucht? De rol van actieve burgers in de partijprogramma’s | Kennisplatform Collectieve Kracht

GastbijdrageKoen Wynants
Maatschappelijke organisaties in Vlaanderen slaan alarm: “het ene hellend vlak na het andere”

Bron: Vrede vzw

Naar aanleiding van de communicatie van enkele organisaties over de oorlog in het Midden-Oosten liet de minister van Cultuur alle gesubsidieerde sociaal-culturele organisaties extra screenen op het naleven van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Tal van cultuurorganisaties getuigen over stijgende politieke bemoeienis. Een minister van Justitie zet het demonstratierecht op de helling. Activisten worden vervolgd omdat ze deelnamen aan geweldloze acties. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Kritische organisaties worden publiek verdacht gemaakt.

Wat enkele jaren geleden nog ‘not done’ was, is nu ‘bon ton’ geworden. Gespierde verkiezingstaal of is er meer aan de hand?

 Het opkomen voor maatschappelijke verandering lijkt enkel nog legitiem als het in het kraam past van de regeringen. Wie bijvoorbeeld wijst op gedeelde verantwoordelijkheid in het conflict in het Midden-Oosten wordt geïntimideerd. Of ‘aangemaand’ – door bijvoorbeeld in te grijpen in subsidiekaders – om te focussen op de taken die het beleid op dat moment wenselijk vindt. Vaak achter de schermen, maar hoe langer hoe meer ook in het publieke debat, en driester.

Aanval op de meerstemmigheid

Neem de 130 erkende en gesubsidieerde sociaal-culturele organisaties. Natuurlijk werken die allemaal binnen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Er zijn niet voor niets intensieve beoordelings- en evaluatiemechanismen die elke steen van al die werkingen ondersteboven draaien. Ministers wéten dat die organisaties zich daaraan houden. Toch gooien ze een aangekondigde screening meteen in de pers of op de sociale media. Dat is deels stoerdoenerij voor de verkiezingen, maar het is ook regelrechte intimidatie. “Let op wat je zegt en doet, of we nemen je centen af.” Makkelijk. Het resultaat? Minder meerstemmigheid. Zelfcensuur bij organisaties. Minder creativiteit en innovatie. Minder democratie.

De aanval op die meerstemmigheid staat niet op zich. Het heeft veel te maken met het stelselmatig verdacht maken van organisaties die stelling innemen in onze samenleving. Betogers worden neergezet als lastigaards en amokmakers.

“Tuurlijk mag je kritisch zijn, maar dan hoef je geen subsidies te krijgen.” Dit soort uitspraken doen politici sinds enkele jaren steeds meer. Ze worden geopperd als een kwestie van ‘gezond verstand’, ‘simpele logica’, of verdedigd vanuit ‘het primaat van de politiek’. Alsof enkel verkozen politici ‘aan politiek doen’ en burgers en organisaties na verkiezingen enkele jaren gewoon moeten zwijgen. Het zijn uitspraken die ons zorgvuldig opgebouwd democratisch model in het hart treffen. Dat model is gekenmerkt door de scheiding der machten en in Vlaanderen extra geschraagd door constructief-kritische samenwerking tussen overheid, middenveld, wetenschap en een vrije pers.

Dat model van meerstemmigheid en machtsdeling ligt systematisch onder vuur. Organisaties waarmee beleidsmakers van mening verschillen zijn al snel ‘linkse/rechtse’ (schrappen wat niet past) activisten die met belastinggeld verfoeilijke meningen verkondigen.

Het begon met organisaties die werken met mensen met een migratieachtergrond, en het dijt heel snel uit. Organisaties worden in een politiek verdomhoekje geduwd en worden als publieke doelwitten ‘gevoederd’ aan de aasgieren en trollen van de weinig zachtzinnige sociale media. Het woord ‘subsidies’ werkt daar dan als de rode lap op een stier. Het afgelopen decennium verkondigden steeds meer politici dat subsidies aan maatschappelijke organisaties iets negatief zijn. Terwijl het investeringen zijn in de democratie, en de positieve effecten ervan vele malen groter zijn dan de toegewezen werkingsmiddelen.

Geïnformeerde, autonome en kritische organisaties en burgers

Dat organisaties binnen welomlijnde kaders zelf hun thema’s kiezen, garandeert net dat ze inspelen op de noden van de burgers die ze samenbrengen. Door de vinger aan de pols te houden bouwen ze expertise op, waardoor ze een geknipte partner zijn voor overheden. Een democratie heeft baat bij goed geïnformeerde, autonome en kritische organisaties en burgers. Daarover waren we het eens. Maar die samenlevingsbrede consensus verbrokkelt in sneltempo.

Ach, misschien moeten we ons niet opwinden en gewoon wachten tot de politieke slinger terugslaat? Nee, absoluut niet. Want de impact van die tendens snijdt veel dieper dan wat opgepookte relletjes op sociale media. We maken ons ernstige zorgen. Verenigingen worden niet langer gezien als zinvolle actoren die mensen engageren, hen een stem geven en maatschappelijke kwesties pogen op te lossen. Ze worden integendeel neergezet als een deel van het probleem. Terwijl ze door hun betrokkenheid de democratie versterken en het meest effectieve middel zijn om het heersende gevoel van machteloosheid bij mensen te ontkrachten. Machteloosheid die mensen ervaren tegenover overdonderende maatschappelijke kwesties zoals stijgende ongelijkheid, wereldwijde migratiebewegingen, klimaatverandering en oplaaiende oorlogen. Verzwak organisaties ook in die rol en je krijgt cynisme en gelatenheid, dé ideale voedingsbodem voor populisme. Iets wat beleidspartijen net niet willen, toch?

We zien heel wat hellende vlakken die aan het overhellen zijn. Eens het zover is, valt het niet zomaar terug te draaien. We roepen politici, partijvoorzitters en opiniemakers op om te stoppen met verdachtmakingen en het ondergraven van de autonomie en de kritische rol van het maatschappelijk middenveld. Die toxische sfeerschepping dreigt de democratie zelf aan te tasten. Dat is zeer zorgelijk. En in niemands belang.

Deze brief verscheen op 10/11/2023 op Knack.

Momenteel ondertekenden 140 organisaties en 160 individuen deze brief.

Deze brief zelf onderschrijven kan via deze link.

Koen Wynants
Open oproep Kempen: Stel jouw straat kandidaat als Tuinstraat

Tuinstraten zijn straten waar buren samen aan de slag gaan om het straatbeeld te vergroenen en verblauwen. Denk aan geveltuinen aanleggen, voortuinen ontharden, plantvakken opfleuren, bomen planten, regenwatertonnen plaatsen… Ze doen dit niet alleen. Geselecteerde straten krijgen begeleiding en ondersteuning (advies groenexpert, gratis compost, gratis plantpakket, buurtfeest…). Het project is een samenwerking tussen IOK, Commons Lab, de Kempense gemeenten en partnerorganisaties.

Inwoners uit 25 straten stelden hun straat reeds kandidaat.

Wil jij samen met jouw buren aan de slag om jullie straat te vergroenen? Spreek enkele buren aan over het project en stel jullie straat tot en met 30 november kandidaat. Vul het online formulier in en we nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Meer info: Stel jouw straat kandidaat als tuinstraat | Kempen2030

Koen Wynants
Assembly of the commons/AV Commons Lab juni 2023: een verslag

Op zaterdag 17 juni maakten we voor de tweede keer van onze open Algemene vergadering een '𝗔𝘀𝘀𝗲𝗺𝗯𝗹𝘆 𝗼𝗳 𝘁𝗵𝗲 𝗰𝗼𝗺𝗺𝗼𝗻𝘀'. We zetten de deuren van HAL 5 in Leuven open voor iedereen met interesse in commons, in al zijn facetten. We mochten geïnteresseerden uit gans Vlaanderen verwelkomen: geëngageerde burgers/commoners, ambtenaren, ondernemers, leerkrachten, sociale organisaties, 

Met deze bijeenkomst wilden we nieuwe mensen ook laten kennismaken met Commons Lab als socio-culturele organisatie. Juni 2023 markeert de helft van onze eerste termijn als structureel gesubsidieerde organisatie door de Vlaamse overheid. We hebben samen over de werking van Commons Lab gereflecteerd een toekomstige plannen en dromen uitgestippeld. We hebben geluisterd naar de vragen, wensen en ideeën van onze leden en sympathisanten. En we hebben elkaar beter leren kennen tijdens de lunch en de receptie. 

Kennismaking en “check-in”

Na de ontvangst zijn we dag gestart met een interactieve kennismaking. De bedoeling was om elkaar zo in kleine groepjes te leren kennen. En tegelijkertijd om inhoudelijk het gesprek op te starten rond vrijwilligerswerking. De deelnemers noteerden ook hun verwachtingen voor de dag. 

De deelnemers hopen nieuwe, interessante mensen te leren kennen die gedreven bezig zijn en de wereld verbeteren, de organisatie beter te leren kennen, nieuwe inzichten te verwerven 

Een vernieuwd Bestuursorgaan

Op 14 maart j.l. werd het Bestuursorgaan van Commons Lab vernieuwd. Jusra Baki,  Tomas Uten, Ingrid Larik en Sofie Michiels kenden mekaar voorheen niet. Ze zijn allen al jaren als burger geëngageerd en superactief, in verschillende netwerken. Ze beschikken dus over heel wat ervaring, expertise en netwerken. Ze willen werken via een roterend voorzitterschap. Jaarlijks zal die rol overgenomen worden, Ingrid is als eerste Voorzitter. Ze zullen maandelijks samen komen. 

Commons Lab als matchmaker binnen het Vlaams Commons transitie ecosysteem/community

Commons Lab  begint als geen ander het ecosysteem van commoners, coöperaties, financiers, ondernemers, onderzoekers, overheden, experts van binnen en buiten te kennen. Dit ecosysteem rond de commons groeit aan een snel tempo incl. het aantal vragen dat bij CL binnen komt. Commons Lab wil nog meer mensen nog vaker en sneller doorverwijzen naar de juiste personen zodat zij en/of hun project vooruit geholpen wordt. Maar hoe kunnen we er voor zorgen dat het zo open en decentraal mogelijk verloopt, dat de community zichzelf beter leert kennen? Hoe kunnen we de kennis die uitgewisseld wordt door vraagsteller en antwoorder ook ruimer delen? 

Tijdens de Assembly werd aangegeven om dit niet zomaar of volledig los te laten als Commons Lab: 

  • We houden op die manier een vinger aan de pols. 

  • Je moet sommige vragen er uit filteren. 

  • Het is een schat aan informatie waarmee wij ook nieuwe experimenten etc. kunnen opzetten. 

  • We willen graag mee groeien met het groeiend ecosysteem 

Dit willen we doen door: 

  • transparanter en sneller de vragen te delen (bvb. Via Fb groep, mail, website, nieuwsbrief,...).  

  • regelmatig ‘Open commons fora’ te organiseren, rond specifieke thema’s, verspreid over Vlaanderen. Tijdens deze ‘Open commons fora’ krijg je de kans om te sparren met allerlei commoners, experts en organisaties. We nodigen mensen uit op maat van een specifiek thema. 

  • ook grotere netwerkevents, specifiek gericht op netwerking met het ecosysteem, delen van kennis, ervaring, contacten. Zoals een Commons Festival, Commons Symposium, … 

  • de mogelijkheden te onderzoeken om een open, online platform in gebruik te nemen dat meer zelfsturend werkt. 

  • meer tijd te investeren in de opvolging: welke info wordt uitgewisseld en hoe kunnen we die info met gans ons ecosysteem delen? Hoe kunnen we de mensen die andere mensen vooruit helpen meer waarderen? Dit kan via website, nieuwsbrief, socials, ... 

  • Het ecosysteem incl. Contactgegevens etc. meer delen (kan evt. ook via een digitale map) 

Wat hebben we met de INPUT/OUTPUT van de AsSembly van vorig jaar gedaan?

Vorig jaar hadden we onze allereerste open Assembly in Timelab Gent! Toen hadden we 5 grote uitdagingen geformuleerd en in focusgroepen verder bediscussieerd.

We hebben er aan verder gewerkt en tot heden deze tools uit ontwikkeld: 

  • Criterialijst voor projecten van Commons Lab

  • Vrijwilligersbeleid – one pager , intake sjabloon, afbakening vrijwilligersrollen 

  • Verdeling van taken en rollen binnen Commons Lab middels sociocratie 3.0 

  • Analyse en opmaak ‘profielen’ van toekomstige leden van Commons Lab 

Vrijwilligerswerking van Commons Lab

Er waren drie tafels met drie verschillende deelaspecten van het vrijwilligersbeleid van Commons Lab. De deelnemers schoven in drie groepjes aan en gaven telkens 20 minuten feedback op het voorstel. 

Mensen die zich engageren bij Commons Lab willen vooral: deel uitmaken van een netwerk van inspirerende mensen, nieuwe inzichten en kennis (over commons en de praktijk van commons) krijgen en delen, aan commoning doen tijdens informele momenten. 

Ons netwerk heeft nood aan structuren om de kennis te delen en samen te komen: 

  • idee fysieke plek: Fundament/Sint-Amandus als commons experiment 

  • Er kwam ook de vraag om de website van Commons Lab actueel te houden en daar een ‘plek’ voor vrijwilligers te voorzien 

  • Of een digitale platform waar vrijwilligers kunnen deelnemen 

  • Via communicatiekanalen die ervoor geschikt zijn: open source, wiki model 

  • (Verder) vermelde communicatiemiddelen: nieuwsbrief, Pebble, Kaizala 

  • De vrijwilliger zou bij het intake gesprek de communicatie weg mogen kiezen (zijn gewenste communicatieweg). 

Er kwam de vraag of de term ‘vrijwilliger’ goed past bij het commonsgedachtegoed. Er werd vermeld dat het belangrijkste is dat de vrijwilligers commonsengagment uitdragen. 

Verdeling van taken:  

  • Het is belangrijk dat naar de intrinsieke motivatie van het individu geluisterd wordt, dat verwachtingen goed afgestemd worden met de vrijwilliger en op tempo van de vrijwilliger gewerkt wordt.  

  • De vrijwilligers zouden graag de taken mee verdelen. (Procedure ‘vragen aan Commons Lab’ en flow). 

  • Het werd op gewezen dat de samenwerking met vrijwilligers co-creatief, met gedeelde verantwoordelijkheid en in vertrouwen zou moeten zijn. 

  • Er werd het idee geformuleerd om per functie twee back-ups te hebben (indien iemand niet kan komen, ziek is, etc.).  

  • De ambitie zou moeten zijn om twee vrijwilligers per maand te betrekken. 

  • Indien er geen opdracht is voor de vrijwilliger: laten doorstromen naar andere organisatie, zoeken naar opdrachten bij partner organisaties. 

Opleiding: 

  • Opleiding in commons wordt erg belangrijk ingeschat. Vrijwilligers zouden aan alle vormingen die Commons Lab geeft en die medewerkers krijgen gratis kunnen deelnemen. Een idee is om aan elkaar opleiding te geven (zie boven: delen van kennis) 

  • Bij de keuze uit opleidingen zou de leidraad moeten zijn wat nodig is voor de organisatie Commons Lab (vs. de vrijwilligers te laten kiezen). 

  • “Fortaitaire kostenvergoeding” en betaling: 

  • Als iemand en bepaalde expertise heeft vanuit zijn beroep dan zou Commons Lab deze persoon ervoor betalen.  

  • Als de taak van de vrijwilliger veel tijd in beslag neemt (voorbereiding, avondwerk, of de uitvoering tijdens de werkuren van een andere job valt) is een forfaitaire kostenvergoeding aan de orde. Deze criteria zouden nog moeten gedefinieerd en afgestemd moeten worden. 

  • De grens tussen opdrachten voor betaalde medewerkers en vrijwilligers is niet duidelijk afgebakend bij Commons Lab – daarmee moet Commons Lab voorzichtig omgaan. Oplossingen daarvoor: Voor elke vraag/opdracht betaling vragen (‘alles wat op maat gemaakt moet worden kost geld’). Commons Lab kan een deel van deze inkomsten zelf behouden of ‘enkel’ matchmaker zijn om de administratie beperkt te houden. 

Kostenvergoeding (bv. reiskosten):             

  • Voor een vrijwilliger is onkostenvergoeding een minimum. 

  • Nazorg (bv. Regelmatig gesprekken voeren) en een bedanking blijken heel belangrijk. 

  • Diversiteit (sleutelfiguren in de gemeenschappen zoeken) 

 Planning en prioriteiten Commons Lab 2023-2024

We zitten nu halverwege onze ‘ambtstermijn’ 2021-2025. We hebben 2.5 jaar heel hard gewerkt: we zijn van een Antwerps burgercollectief aan het groeien tot een professionele, Vlaamse socioculturele organisatie. Veel tijd en energie werd geïnvesteerd in organisatie-ontwikkeling en een verkenning in Vlaanderen. 

Tijdens infosessies in mei hebben we onze voortgang in detail toegelicht. We kregen van de deelnemers en van enkele leden van CL de vraag om vanuit het team zelf met voorstellen te komen mbt prioriteiten en activiteiten voor de komende periode. We zouden daar vandaag dus een beeld van willen krijgen. Om morgen bij wijze van spreken samen te kunnen gaan werken aan de realisatie. We vinden het erg belangrijk om dat met z’n allen samen te gaan doen. We hebben in mindere mate denkers nodig, vooral doeners. We willen de komende maanden en jaren vooral heel resultaatgericht gaan werken, focus op collectieve actie. We hebben nog heel wat dromen. We hopen dat we komen tot ‘gemene’ dromen. En we hopen ook maximaal in teams te werken.  

Open Commons fora 

Het 'Open Commons Forum' is een laagdrempelige, informele, open samenkomst rond een specifiek thema op een bijhorende locatie. Een initiatiefnemer stelt het thema voor. Commons lab zal inhoudelijk, praktisch en financieel voor ondersteuning zorgen, incl. Interessante deelnemers trachten mobiliseren (+/-15). Ideeën en inzichten over een bepaald onderwerp in relatie tot commons worden uitgewisseld. Doel is om commonszaadjes te kiemen, te groeien, bloeien, of ‘kruis te bestuiven’. Een open commons forum kan gekoppeld/voorafgegaan worden aan een strategische interventie.

Zie als voorbeeld het Open Commons Forum in Schoten op 16 september, Open Commons Forum #2: ‘Over de Vaart’ • De vaart(kant) als gemeengoed — Commons Lab 

Voorbeelden van thema’s: 

  • Voedsel als commons in Gent 

  • Commons en politiek

  • Zwemwater als commons -Kortrijk 

  • Stilte als commons - Kempen 

  • Kortrijk als commonsstad 

  • Fruitige voedselbossen als commons-Hageland  

Strategic interventions for the common good 

Een strategische interventie for the common good is een laagdrempelige, creatieve, constructieve ingreep rond een specifiek thema op een specifieke locatie. Een initiatiefnemer wil iets mbt commons aankaarten, op de politieke en/of maatschappelijke agenda plaatsen. Mensen doen prikkelen, reflecteren, dialogeren specifiek mbt commons, rol van burgers, overheden, … Commons lab zal inhoudelijk, praktisch, financieel en juridisch voor ondersteuning zorgen. We zoeken evt. mee naar creatievelingen, kunstenaars, activisten met de nodige ervaring.  

Voorbeelden van interventies: 

  • Het Kortrijks burgercollectief LZSB  breekt graag een lans  voor vrij zwemmen en vrije en makkelijke toegang tot onze waterwegen met niet gemotoriseerde vaartuigen. Ze gaan in heel uiteenlopende Kortrijkse wateren wild zwemmen, nemen foto’s, delen die via diverse media.  

  •  Een wijk wil haar wijk toegankelijker maken door zelf een trage weg aan te leggen of te gaan beheren, open maken, ....  

  • Rondreizend voedselbos 

  • Bloembakken overal installeren in publieke ruimtes om het tekort aan groen, maar ook aan inspraak aan te kaarten 

  • Een plein tijdelijk autovrij maken 

  • Fietsenstallingen plaatsen op autoparkings 

  • Een nieuwe, tijdelijke microhub installeren 

  • Wij willen Spilkiekes in de publieke ruimte www.spilkiekes.be 

  • Pop-up tegeltaxi in Antwerpen om de politiecodex aan te kaarten 

Open Algemene Vergaderingen

Opleiding rond commons en coöperaties 

  • Wandelingen, fietstochten, excursies langs commons en coöperaties 

  • Boekvoorstellingen 

  • Opleiding voor vrijwilligers CL 

  • Leerreizen 

  • Lezingen 

  • Workshops 

  • Intervisies/lerende netwerken 

  • Inspiratiedagen/studiedagen 

Vlaams Commons Symposium/Congres 

Het allereerste Vlaams Commons Congres organiseerde Commons Lab eind 2020 ism UAntwerpen, Oikos, stad Antwerpen. We brachten heel uiteenlopende commoners, experten, geïnteresseerden, ambtenaren samen. Vooral om kennis te delen en om na te denken over grotere vragen, uitdagingen, complexiteiten.  We zouden opnieuw zo’n Vlaams Commons Congres kunnen organiseren om samen na te denken over en te schrijven aan het volgende Vlaams Commons Transitiemeerjarenplan. 

Vlaams Commons transitie Festival 

We dromen er van om de vele superinspirerende commoners en coöperaties uit gans Vlaanderen samen te brengen, op een spreekwoordelijk podium te hijsen, in een festivalachtige, informele, plezierige setting voor jong en oud. Open voor iedereen. Doel is om de community en de commons te versterken, commons op allerhande agenda’s te zetten.  

We zouden dit kunnen combineren met het Vlaams Commons Congres, leerfestival, f-Festival van de verbinding,… 

Samen uitchecken: Hoe heeft iedereen deze open Algemene Vergadering ervaren?

De deelnemers hebben nieuwe, inspirerende mensen leren kennen, hebben goesting getankt, iets bijgeleerd. In de toekomst misschien meer aandacht en ruimte schenken aan de gekozen locatie.  
Op zoek naar sporen van historische commons in Landschap De Liereman

Kunnen we nog sporen terugvinden van historische commons in het huidige landschap? Met onder andere die vraag trokken we eind vorig jaar samen met een groep historici in spe en Maïka De Keyser (KU Leuven) en Jan Bastiaens (Agentschap Onroerend Erfgoed) naar Landschap De Liereman in Oud-Turnhout.

Vanaf de middeleeuwen, tot in de 19de eeuw werd dit prachtige natuurgebied beheerd door de omwonende gemeenschappen: ze lieten er hun vee grazen, ze mochten er turf steken om hun huizen te verwarmen en maakten hier ook afspraken over. De lokale bevolking werd soms afgedaan als arm, maar kwam dankzij het gemeengoed eigenlijk niets te kort, integendeel. De systemen van gemeen bezit zorgde voor een meer inclusieve maatschappij in de Kempen, alsook voor een ecologisch duurzaam beheer van het gebied. De middeleeuwse gemeenschappen waren dankzij de commons eveneens beter bestand tegen natuurrampen én economische crisis. Tot op vandaag is het zichtbaar dat het gebied niet was opgedeeld in kleine stukjes per boer, in percelen van elkaar gescheiden door paden en grensstenen. Uitgeholde, in ongebruik geraakte wegen lopen kris kras door het landschap en tonen aan dat de gebruikers vrij konden gaan en staan met hun vee zonder restricties.

Een trage weg als common beheren? Het kan!

© Pieter Vandenhoudt - Trage Wegen vzw

Trage Wegen vzw kreeg van Stad Antwerpen de opdracht om een volledig uitgewerkte beleidsvisie op te stellen voor de ontwikkeling van trage wegen in de stad. Daarvoor zijn er verschillende doelstellingen opgesteld, waaronder de stimulatie van buurtbewoners om ontmoeting te bevorderen en zelfonderhoud te stimuleren. Trage Wegen vzw schakelde vervolgens Commons Lab in om mee te brainstormen over hoe wij actoren van verschillende verticale en horizontale niveaus (district, bewoners, ondernemers, organisaties, …) kunnen betrekken in de ontwikkeling van een trage weg in de maak. De gekozen initiatie zou een voorbeeld moeten worden voor andere buurten die een soortgelijk initiatief willen starten, maar niet weten waar te beginnen. - Tekst: Bas Van der Putten

Het Kattewegje anno maart 2022 © Commons Lab vzw

Zo kwam het Kattewegje in Hoboken in de schijnwerpers. Een uitzonderlijke verbindingsweg in Hoboken met een goede community van de buurtbewoners die al pogingen hebben ondernomen om de weg onderhanden nemen, maar jammer genoeg met weinig succes. Het weggetje ligt er al jarenlang minder goed bij ligt: regenwater dat blijft liggen op het ongelijke wegdek, er is een zwerfvuil probleem en de weg heeft te kampen met kleinschalig vandalisme. Hoewel het Kattewegje veel potentieel heeft om een aangename verbindingsweg te vormen voor voetgangers en fietsers, kan het district Hoboken weinig ondersteuning bieden. De weg is namelijk geen publiek domein, maar een aaneenschakeling van kleine stukjes private grond met publiek karakter en gebruik. In onze ogen een ideaal uitgangspunt om de weg te beheren als een common.

Droombeeld van het Kattewegje © Trage Wegen vzw

Pieter, projectmedewerker van Trage Wegen vzw beschrijft het als volgt: “Het Kattewegje kan bijvoorbeeld dienen als een goede verbindingsweg tussen de twee scholen die dichtbij zijn gelegen. Maar het opknappen van deze weg is een complex verhaal. De buurt vraagt aanhoudend naar verandering, maar de district weet niet zo goed hoe men het moet aanpakken. Dus als het district niet kan helpen, dan springen wij in die bres!”.

Het wordt dus een uitdaging om er een succesvol trage weg van te maken, maar het is een perfecte gelegenheid om de buurt bij de brainstorm en het beheer te betrekken. Mocht dit succesvol worden, dan zou het een goede ‘best practice’ vormen voor andere trage wegen.

“We willen het Kattewegje aanpakken volgens de commonsprincipes, om zo de buurt te motiveren mee te helpen in het gehele ontwikkelingsproces. Van dit klein verhaaltje kunnen we vervolgens ook iets groots maken en zo de aandacht van het district Hoboken trekken, dat is onze rol.”, verteld Pieter.

Samenkomst met buurtbewoners © Commons Lab vzw

Samenkomst met buurtbewoners © Commons Lab vzw

Tijdens het eerste moment hebben we de buurtbewoners terplekke uitgenodigd en samengebracht om te praten over potentiële verbeteringen. We zorgde ook voor een overheerlijk soepje van Soepmie. Uit de discussie is heel wat nuttige info naar voor gekomen. Van ervaringen uit het verleden, zoals zaken die moeilijk verliepen en valkuilen waaruit we kunnen, tot een paar voorstellen voor verbetering. Het was overduidelijk dat de buurtbewoners met heel veel goesting actie willen ondernemen en de nogal ‘modderige’ toestand van de weg op korte en lange termijn aan willen pakken.

Brainstorm met buurtbewoners © Commons Lab vzw

In oktober hebben zijn we een tweede keer samengekomen om de besproken ideeën wat verder uit te werken. Nu nemen we de stap van droom naar realisatie. Het kwam erop neer dat de buurtbewoners binnen drie thema’s actie wouden ondernemen: vergroening, meer sociale cohesie tussen buurtbewoners, en de vermindering van vandalisme en sluikstorten. De vergroening realiseren we door nieuw groen aan te planten en het woekerend groen bij te snoeien, en gras af te maaien. De sociale cohesie wordt gestimuleerd door de buurt meer bij elkaar te brengen. Samen werken en de weg helpen beheren helpt de verbondenheid alvast eens stuk op weg. De vermindering van vandalisme en zwerfvuil zouden we proberen bereiken door affiches te hangen en de weg meer te verlichten.

Zo gezegd zo gedaan! We maakten een open whatsapp-groep aan voor de buurtbewoners om de communicatie te vergemakkelijken. Met een flyer ‘Het kattebelletje voor het Kattewegje’, die we in de buurt in de brievenbussen staken, maakten we de volgende samenkomstdag bekend. De taken werden verdeeld en de buurtbewoners gingen spontaan en zeer gemotiveerd onmiddellijk te werk. Er werd vooraf al nagedacht over verlichting op zonne-energie in het straatje en waar deze idealiter zou komen voor maximale belichting. Een buurman ontwierp een affiche tegen sluikstorten. De finale ontwerpen werden ‘democratisch’ gekozen aan de hand van een ad hoc poll in de whatsappgroep, alvorens ze te drukken. Andere bewoners vroegen aan organisaties, zoals Natuurpunt vzw, of ze gebruik te mochten maken van hun materialen en diensten. Als laatste werden de nodige voorbereidingen voor de samenkomstdag uitgewerkt. Commons Lab moest nooit echt een trekkende rol spelen. We gaven mee de vonk, maar de buurtbewoners deden de rest.

© Pieter Vandenhoudt - Trage Wegen vzw

Op zaterdag 26 november, kwamen we met de buurtbewoners samen op de handen uit de mouwen te steken. Op de middag we verzamelde we bij het Kattewegje en de opkomst was groot. Een twintigtal buren, jong en oud kwamen meehelpen of eens een kijkje nemen. We begonnen met het verwijderen zwerfvuil met een grijper in de ene hand en een vuilzak in de andere hand. Veel afval werd er opgeraapt, van blikjes tot zelfs een televisiescherm. Tegelijk waren andere buurtbewoners het aanwezige groen al aan het snoeien en bij elkaar aan het harken. Er werd gediscussieerd waar we het beste de affiches konden ophangen voor maximale attentie. Tijdens het opruimen en snoeien vonden de buurtbewoners nog een paar schatten terug: een volledig pokerspel, maar ook wat lokale biodiversiteit. Een kikkertje dat even kwam ontspannen in de regenplassen van het weggetje.

© Pieter Vandenhoudt - Trage Wegen vzw

“Het Kattewegje bevat veel meer potentie dan alleen maar een verbindingsweg.”, zegt Pieter van Trage Wegen vzw, “Biodiversiteitsbevordering is ook een belangrijk deel van het verhaal. Vogels en blijkbaar ook kikkers, hebben nood aan het groen van het Kattewegje. Zeker nu stedelijk groen enorm schaars is in grote steden zoals Antwerpen.”

Na een lange werkdag konden de buurtbewoners nog genieten van wat cake, koffie en soep die ze zelf hadden klaargemaakt. We hoorden alvast van verschillende buren dat ze dit een heel fijn initiatief vonden en dit zien als startschot voor een toekomstige grootschalige verbetering.

Buurtbewoner Bart: “Het was een enorm geweldige ervaring om nieuwe buurtbewoners te leren kennen en het wegje onderhanden te nemen, want het was nodig. We hebben jaren geleden ook geprobeerd om het Kattewegje beter aan te leggen. We hebben een geldinzamelactie geprobeerd, maar dit was niet een groot succes. Dankzij de steun van Trage Wegen en Commons lab en de vrijwillige hulp van de buurtbewoners, hebben we er toch nog iets schoon van kunnen maken. Hopelijk zal de buurt in de toekomst nog vaker bij elkaar komen.”

 Het Kattewegje vóór de actie door de buurtbewoners:

 Het Kattewegje tijdens de actie door de buurtbewoners:

© Pieter Vandenhoudt - Trage Wegen vzw, bekijk alle foto’s via: https://flic.kr/s/aHBqjAgWsj

experimentenJoppe Ruts
Hoe kan zorg voor de commons zorgen voor de aarde en de mens? Verslagje door Ingrid Larik

Op 7 december ontvingen Emagine Center en Commons Lab Michel Bauwens, cyberfiliosoof, medeoprichter van de P2P-foundation en voorvechter van de Commons, als keynote speaker in het Emagine Center. In dit blogartikel vind je de samenvatting van een bijzonder boeiende uiteenzetting. Een verslagje van Ingrid Larik, die Commons Lab die avond vertegenwoordigde.


We werden ondergedompeld in de patronen van de opgaande en neerwaartse spiralen van #beschavingen. Cyclisch. En hoe telkens weer in de neerwaartse spiraal van een beschaving - wanneer de #systeemcrisis compleet is en er sprake is van verregaande fragmentatie, individualisering, polarisering, oorlogen zelfs....#commons telkens weer het begin van een nieuw verhaal, een #restory zijn. Dat zij de #regeneratieve kracht hebben om weer te herstellen en naar een nieuwe vorm te gaan. Vandaag vanuit een #ecologische insteek - in de brede zin van het woord. #samens

En als je je afvraagt, wanneer spreken we nu juist van #commons ? Wel, er zijn volgens Elinor-Ostrom-Schule 3 basisregels (vrij vertaald)
🛎 iets specifieks willen 💎 doen 💎 aan een probleem, een uitdaging
🛎 waarbij mensen kiezen om er 💎 samen 💎 voor te gaan, omdat hun hart ervoor klopt
🛎 en ze zichzelf reguleren, dus 💎 zelfsturing 💎 en zelforganisatie

In Vlaanderen spot CommonsLab de verschillende initiatieven die er al zijn en die aan het ontstaan zijn. En ondersteunt hen als ze dat vragen. In de steden, op het platteland, in de randgebieden...Het is in kaart brengen om te kunnen #verbinden en te leren: over wat er werkt en waarom dat werkt ? Om kennis en ervaringen beschikbaar te maken voor elkaar en de gelegenheid te bieden te leren van elkaar én te verbinden..om wie weet verder te co-creëren. Een van de redenen waarom ik me engageerde in de AV van CommonsLab en er als ambassadeur was (Koen Wynants was die avond elders actief - bij de boekbespreking van Walter Lootens). M.a.w. CommonsLab als #lerendnetwerk en als #kenniscentrum. Je kan daarbij een onderscheid maken tussen #verschillendetypes van commons: physical commons, urban commons, knowledge commons, digital commons.. die elk volgens bepaalde principes functioneren. Als je je er verder wil in verdiepen zie #P2PFWiki https://lnkd.in/e3wjWhX6 of nog https://lnkd.in/eUReZ_mw

🐾 Twee mooie voorbeelden 🐾 kwamen diezelfde avond nog aan bod: #LandvandeAarde waarover Eric Boydens boeiend vertelde - een nieuw coöperatief project om een stuk aarde weer gezond te krijgen in Broechem, een #voedselbos, met Sandra Vermeiren - Aardebloesem en #Wesley - zie https://landvandeaarde.be/ - en het belang van #diepluisteren en #cirkelgesprekken als een basisvaardigheid om te verbinden met mensen als je je samen wil engageren. Het initiatief #Circlo -zie https://lnkd.in/eskNnE9v - gericht op jongeren waarbij Jean-Louis Lamboray en mooie getuigenis liet horen en Aime terryn-Schrauwen zelf ook getuigde, als producer van de #podcasts die in januari gelanceerd worden. Meer weten, zie https://lnkd.in/eskNnE9v

Koen Wynants
European Municipalist Network (EMN) kick-off meeting in Berlin from 13th to 14th October 2022 - written by Hannelore Standaert

Thanks to Commons Lab I had the opportunity, at the invitation of Commons Network, to join the European Municipalist Network (EMN) kick-off meeting in Berlin from 13th to 14th October 2022.

The EMN is an informal network and collective strategy which was formed in 2019 to strengthen Europe's emerging municipalist ecosystem and its capacity for social and political advocacy. Municipalism is a political system of self-government at the local level, such as of a city or township. The EMN organized the meeting together with Commons Network, who became a coordinating partner of the EMN in 2021. Commons Network is a collaboratory for the social and ecological transition that brings people and ideas togethers and provides tools, strategies and insights for social movements, governments and community groups.

To prepare for the meeting, I was given several books about municipalism, commons and ecofeminism. Two of the given books were written by Walter Lotens of which one - Rebelse Plekken or Rebellious Places - was about a search for new initiatives at odds with dominant neoliberal thinking and the basis of municipalism. The books gave a clear basis to build my knowledge on.

Having fully immersed myself in these new concepts, I could not wait to travel by train to Berlin to meet the other participants. Besides me representing Commons Lab, twenty other people participating in social movements and political platforms across Europe were also invited, namely people from Nantes en Commun (France), Zagreb Je Nas (Croatia), Verdedig Noord (The Netherlands), Solidarity Against Neoliberal Extremism (Scotland), Commons Network (The Netherlands), Research for Action and Open democracy (UK),  L’Asilo (Italy),  Berlin Munis (Germany)  and Commonspolis (Spain). It promised to be an exciting meeting to share experiences and thoughts on care practices and municipalism.

During the event, several workshops, panels and informal dinners were organized to share political experiences and analysis. Starting with an informal meeting on Thursday evening in Ada Bar where everyone introduced themselves. I highly recommend this bar as it has a great atmosphere, an amazing interior and a friendly staff that serves the best cocktails. Afterwards, an informal dinner was planned to get to know each other even better.

Ada bar

After breaking the ice on Thursday evening, a first kickoff meeting, organized by Commons Network, was planned on Friday morning in Moos space, a beautiful space located in the former bathtub factory Moosdorf & Hochhäusler. The purpose of the meeting was to share valuable skills with each other, because skill sharing is a practical and useful way to bring people together, and build networks while moving the community towards self-reliance and resilience.

Moos space

During the session several issues and topics were defined by sharing experiences, tools, challenges and opportunities in a peer to peer approach. The session was divided into five parts, with the aim of ending with a list of requests and offers on which Commons Network will document and organize, together with participants that want to contribute, a series of online skill sharing sessions in January. Some requests that were selected are how to deliver political education, how to connect to people, how to transform short term goals to long term goals, how to mobilize youth, and how to feminize the organization. Some of the offers of the participants were how to build coops, media presence and storytelling and how to use the law creatively. The session facilitated peer to peer exchange and produced outputs to further disseminate skills, collective imaginaries and discourse. In that way, toolkits or guides can be built to share the skills, methodologies and experiences which were identified during the session with a wider community. At the end of the session, people were already thinking about how to share information with the outside world. In doing so, a multimedia approach via Podcasts, Instagram, YouTube, Telegram channel etc. was cited as an ideal approach to share information with the broader public. Participants also stressed the importance of having money left over for translation, the strength of visualization and the need of having different levels of information sharing so that both beginners and experts can learn.

In the afternoon, an internal dialogue on political strategies and the challenges of different cities was held. This was led by organizers of the EMN. First there was an introduction about the EMN and which projects the organization has. In doing so, the different partners of the EMN were explained. On the one hand, Commons Network, who invests in skill sharing and helps to broaden the network. And on the other hand, Commonspolis, who created an impressive map as a tool to identify agreements and to generate partnerships between organizations that identify with municipalism at the European level. Thereafter a dialogue was held about the local challenges of the different cities/territories that were participating in the event. Thereby different strategies that the participants are implementing as a political actor or social movement were discussed. Several topics that came up were compiled in the lack of political participants, authoritarian politics and fascism and cost of living. With these raised topics a framework was created that will allow the EMN to introduce and enrich its political strategy.

The event was brought to an end on Friday evening with a public panel on “Take Back the City! City politics & activism: perspectives from across Europe”. It was an open engaging dialogue between several participants of the meeting. It gave the opportunity to exchange different strategies and conceptions of municipalism across Europe with local actors in Berlin. The public panel was again held at Ada Bar, which afterwards further devolved into a pleasant evening at the bar.

Ada bar

By joining this event Commons Lab had the chance to broaden its vision on municipalism and to reinforce dialogue and networking capacities. The meeting gave the opportunity to reinforce local movements in Northern Europe interested in the municipalist approach, to launch a skill sharing process to strengthen peer to peer learning among municipalist actors and to learn more about the EMN and storytelling. It was a very engaging experience making clear that there are many opportunities and levels to take action. In doing so, I learned that starting up a bar has the opportunity to bring people together and lower the threshold and thereby can contribute immensely to the growth of the organization and spreading the word. For Commons Lab, I would suggest as a possible improvement, putting together an even more diverse team by involving multiple cultures and also broadening the project programme by involving, for example, the queer community. To reach people, the organization could focus even more on using their media by, for example, sharing short content messages in a simple way like the platform nws.nws.nws does.

To finish, I would like to thank Commons Lab for this opportunity, the EMN and Commons Network for organizing this event and the “Care-takers” for keeping everything on track during the meeting in Berlin.

References used:

EMN: https://municipalisteurope.org

Commons Network: https://www.commonsnetwork.org

Rebelse Plekken. Over municipalisme en commons (Walter Lotens) https://commonslab.be/publicaties/2019/8/28/rebelse-plekken-over-municipalisme-en-commons-walter-lotens-

 Commons Network partners with EMN: https://www.commonsnetwork.org/2022/09/20/commons-network-becomes-part-of-the-core-team-of-the-european-municipalist-network/

Commonspolis map: https://commonspolis.org/en/community/cartografia-colaborativa-del-ecosistema-municipalista-europeo/

Locations visit in Berlin:

Ada Bar: Sonnenallee 100, 12045 Berlin

https://goo.gl/maps/3RJMHaxBGPEhRNd46

 Moos space: Moosdorfstraße 7-9, 12435 Berlin

https://goo.gl/maps/1Pq7PVcba3r2XhzT8

Koen Wynants