De startmomenten van ons InNature-project in Borgerhout waren bijzonder inspirerende bijeenkomsten, gekenmerkt door warme ontmoetingen, nieuwsgierigheid en een sterke gedeelde energie om samen aan de slag te gaan. In beide wijken kwamen heel wat geïnteresseerde deelnemers samen, wat zorgde voor rijke gesprekken en een breed palet aan perspectieven op de toekomst van hun buurt.
Wat meteen opviel was de sfeer van hoop en betrokkenheid. Veel deelnemers gaven aan dat het waardevol en hoopgevend was om samen te komen rond de toekomst van hun leefomgeving, en om die toekomst niet als iets passiefs te bekijken, maar als iets wat we samen kunnen vormgeven. Er ontstond duidelijk een gevoel van gedeeld eigenaarschap over de buurt en haar verdere ontwikkeling.
Binnen de commons-benadering van het project werd dit nog versterkt: de buurt werd niet enkel gezien als een plek om over te praten, maar als een gedeelde ruimte die we samen beheren, verzorgen en opnieuw kunnen uitvinden. Die collectieve houding — tussen bewoners, organisaties, onderzoekers, kunstenaars en de natuur zelf — vormde de basis van de gesprekken.
Doorheen deze eerste ontmoetingen verzamelden we ook al heel wat waardevolle kennis en inzichten over beide wijken: over klimaatuitdagingen zoals hitte en wateroverlast, over sociale dynamieken, en over biodiversiteit en de bestaande en mogelijke relaties tussen mens en natuur in de stad. In het dichtbebouwde Borgerhout, waar zomerse hitte en hevige regen steeds voelbaarder worden, werd nog eens duidelijk hoe relevant en urgent deze gezamenlijke aanpak is.
Het InNature-project (2025–2029) wil samen met bewoners en partners twee specifieke wijken in Borgerhout groener en veerkrachtiger maken. Dat doen we niet top-down, maar via een commons-gebaseerde aanpak waarin burgers, ecologen, wetenschappers, middenveldorganisaties en kunstenaars samen de stad herdenken en mee vormgeven. Samen zoeken we naar manieren om verharding te doorbreken, water beter op te vangen en verkoeling te creëren, maar ook om zorg voor de natuur als gedeelde verantwoordelijkheid te verankeren.
Een bijzonder sterke respons kwam er op onze “at conversations”-methodiek, waarbij we in dialoog gaan mét en via de natuur. Deze aanpak sloeg duidelijk aan: deelnemers ervaarden het als een open, toegankelijke en tegelijk diepgaande manier om na te denken over hun buurt, voorbij klassieke vergader- of participatievormen.
Deze eerste startmomenten geven ons nog meer goesting om de komende jaren verder te werken met en in de gemeenschappen. We vertrekken met veel energie, dankbaarheid en het gevoel dat er iets waardevols in beweging is gezet — iets wat we samen verder zullen laten groeien als een gedeelde common.