Soms zit de grootste opbrengst van een activiteit niet in wat er gebeurt tijdens de activiteit zelf, maar in de vragen die ze achteraf oproept.
Dit voorjaar kregen we een vraag van een opstartend circuscollectief (‘Cul de bas’), of ze de Amanduskerk mochten gebruiken voor een experimenteel zomers circusfestival. De voorbereiding bracht ons onverwacht bij een vraag die veel verder reikt dan circus alleen: hoe organiseren we verantwoordelijkheid en risico’s wanneer mensen zich spontaan willen verenigen?
Dat die vraag precies tijdens een circusproject op tafel kwam, is eigenlijk niet zo verrassend. In hedendaags circus draait alles rond onderlinge afhankelijkheid. Acrobatie, bascule en partnerwerk vereisen een extreem niveau van vertrouwen, aandacht en collectieve verantwoordelijkheid. Je veiligheid ligt letterlijk in de handen van anderen. Samenwerking is hier geen abstract ideaal, maar een dagelijkse praktijk.
Circuscollectieven delen bovendien veel meer dan een podium. Ze delen repetitieruimtes, materiaal, technische kennis, netwerken en artistieke processen. Kennis ontstaat niet individueel, maar collectief: door samen te trainen, te experimenteren en elkaar voortdurend te ondersteunen. Je zou kunnen zeggen dat het een vorm is van embodied commons: een commons van lichamen, vaardigheden, ritme, zorg en wederzijds vertrouwen.
Juist daarom vonden we deze samenwerking zo interessant, ook voor Commons Lab. Niet omdat een circuscollectief noodzakelijk een perfect commonsmodel is, maar omdat het zichtbaar maakt hoe gemeenschappelijkheid ontstaat. Hoe vertrouwen wordt opgebouwd. Hoe collectieve intelligentie groeit. En hoe verantwoordelijkheid nooit uitsluitend individueel is.
Zowel vanuit burgercollectief Amandus 2060 als Commons Lab wilden we het jonge burgercollectief zoveel mogelijk ontzorgen. Al snel kwamen we terecht bij vragen over aansprakelijkheid en verzekering. Wie is verantwoordelijk wanneer er iets misloopt? Welke verzekering is van toepassing? En hoe verzeker je een tijdelijk, informeel burgerinitiatief dat geen klassieke vereniging of professionele organisatie is?
We gingen op zoek naar een passende oplossing. Een verzekeringsmaatschappij werkte een voorstel uit, maar dat kwam uiteindelijk te laat om nog bruikbaar te zijn. Bovendien werd duidelijk dat het niet eenvoudig is om een verzekering te vinden die aansluit bij dit soort tijdelijke en collectieve initiatieven.
Uiteindelijk bleek dat slechts enkele individuele circusartiesten geen familiale verzekering hadden. We hebben hen open geïnformeerd over de situatie. Zij konden vervolgens zelf beslissen of ze, met kennis van de mogelijke risico's, wilden deelnemen aan de circusact. De workshop verliep gelukkig zonder incidenten.
Toch bleef één vraag hangen.
Misschien is het probleem niet dat burgercollectieven moeilijk te verzekeren zijn. Misschien is het probleem dat onze bestaande systemen vooral gebouwd zijn voor individuen, verenigingen en professionele organisaties. Voor jonge mensen die zich tijdelijk organiseren rond een maatschappelijk initiatief bestaat er nauwelijks een passend institutioneel kader.
Dat is geen louter technische kwestie. Het raakt aan de kern van wat commons zijn.
Commons gaan immers niet alleen over het delen van ruimte, kennis of middelen. Ze gaan ook over het gezamenlijk organiseren van verantwoordelijkheid. Hoe kunnen we de risico's van samenwerken collectief dragen, zonder dat elk initiatief zich eerst moet omvormen tot een formele organisatie?
Misschien kunnen we daarvoor inspiratie vinden in een heel andere sector: Community Supported Agriculture (CSA). Binnen CSA engageren burgers zich niet alleen om lokale landbouw te ondersteunen, maar ook om de onzekerheden van het landbouwproces mee te dragen. Wanneer een oogst tegenvalt, wordt het risico niet volledig afgewenteld op de boer. De gemeenschap deelt mee in de verantwoordelijkheid.
Zou een gelijkaardige logica ook denkbaar zijn voor burgercollectieven? Niet om veiligheid of aansprakelijkheid te negeren, maar om na te denken over nieuwe vormen van collectieve zorg. Kunnen we werken met een gedeeld solidariteitsfonds? Een commonsverzekering? Een onderlinge waarborgstructuur die tijdelijke burgerinitiatieven ondersteunt?
Eigenlijk is dat idee minder nieuw dan het lijkt. Ook verzekeringen zijn historisch ontstaan vanuit onderlinge solidariteit. Gilden, mutualiteiten en onderlinge waarborgmaatschappijen waren manieren waarop mensen risico's samen organiseerden, lang voordat commerciële verzekeringen die rol overnamen.
Misschien is het tijd om die traditie opnieuw te bekijken, aangepast aan de uitdagingen van vandaag.
Voor Commons Lab voelt deze ervaring daarom niet als een afgesloten hoofdstuk, maar als het begin van een nieuwe onderzoeksvraag. Als we burgers willen aanmoedigen om samen initiatief te nemen, dan moeten we misschien ook nieuwe institutionele vormen ontwikkelen die dat mogelijk maken.
Want een sterke common ontstaat niet alleen doordat mensen bereid zijn om samen te werken. Ze ontstaat ook doordat de samenleving structuren ontwikkelt die die samenwerking mogelijk maken.
Commons Lab ondersteunt het nieuwe burgercollectief Amandus 2060 bij de ontwikkeling en beheer van de Sint-Amanduskerk als een common. De Sint-Amanduskerk is sinds 2 jaar ook de thuisbasis van Commons Lab.
Website circuscollectief: Cul de Bas Productions