Wie de beelden en getuigenissen uit Antwerpen-Noord ziet – openlijk drugsgebruik, wanhopige horeca-uitbaters, bewoners die zich in de steek gelaten voelen – merkt vooral dit: het vertrouwen is op. Het De Coninckplein is al jaren het decor van een hardnekkige problematiek. Politieacties volgen elkaar op. Camera’s worden geplaatst. Tijdelijke sluitingen worden opgelegd. En toch keert de overlast telkens terug.
Dat is geen teken van onwil bij stad of district. Het is een teken dat het probleem groter is dan wat klassieke bestuurlijke instrumenten kunnen vatten.
Repressie beheert symptomen, maar bouwt geen gemeenschap
Drugsproblematiek in Antwerpen-Noord is geen louter veiligheidsprobleem. Het is een sociaal vraagstuk dat wortelt in armoede, precair verblijf, dakloosheid, mentale kwetsbaarheid en een publieke ruimte die steeds minder van haar bewoners lijkt te zijn. Repressie kan tijdelijk orde scheppen, maar ze bouwt geen relaties op, geen vertrouwen, geen perspectief.
Wie vandaag op het plein staat, ziet geen “probleemgroepen”, maar mensen die nergens anders terecht kunnen. Dat vraagt meer dan handhaving. Het vraagt sociale infrastructuur. En precies daar knelt het schoentje.
Wat er wél al groeit in 2060
Het wrange is: Antwerpen-Noord is geen wijk zonder kracht. Integendeel.
2060 United brengt bewoners, middenveld en organisaties samen rond een gezamenlijke visie op leefbaarheid. Amandus 2060 herdenkt een voormalige kerksite als ontmoetingsplek voor de buurt. In De Verborgen Kloostertuin krijgt gedeeld beheer van ruimte en voedselproductie concreet vorm. ’t Vlot biedt een laagdrempelige huiskamer voor mensen in extreme kwetsbaarheid. Het Antwerps Straatsyndicaat geeft straatbewoners een stem in het publieke debat.
Dat zijn geen randinitiatieven. Dat zijn kiemen van een ander model: een commons-benadering, waarin bewoners niet louter “doelgroep” zijn van beleid, maar mede-eigenaar van oplossingen.
Commons: van beheersen naar beheren
Commons-denken vertrekt van een eenvoudige maar radicale gedachte: publieke ruimte en collectief welzijn zijn geen producten van bovenaf, maar worden samen gemaakt en beheerd.
Dat betekent niet dat de overheid zich terugtrekt. Integendeel. Het betekent dat ze haar rol herdenkt: van controleur naar facilitator, van beslisser naar partner.
In plaats van telkens nieuwe veiligheidsplannen te lanceren, zou de stad systematisch kunnen investeren in buurtgedragen beheer van pleinen, in coöperatieve uitbating van sociale infrastructuur, in gedeelde besluitvorming over publieke ruimte. Niet als participatieshowcase, maar als echte machtsoverdracht op wijkniveau.
De filosofie van Eigen Kracht
Hier sluit de filosofie van Eigen Kracht-conferenties naadloos bij aan. Die methode vertrekt vanuit het idee dat mensen, families en netwerken zélf plannen kunnen maken om problemen aan te pakken, wanneer ze de ruimte, informatie en ondersteuning krijgen om dat te doen. Professionals blijven beschikbaar, maar nemen het proces niet over.
Toegepast op wijkniveau betekent dit: breng bewoners, horeca, straathoekwerkers, politie, hulpverlening en ook gebruikers van de publieke ruimte samen in een zorgvuldig gefaciliteerd proces. Laat hen zelf een plan maken voor het plein. Niet een advies dat in een lade verdwijnt, maar een bindend engagement, ondersteund door middelen.
Eigen kracht is geen romantisch begrip. Het is een praktische methode die verantwoordelijkheid teruglegt waar ze hoort: bij de gemeenschap zelf, mét structurele ondersteuning.
Veiligheid door verbondenheid
Echte veiligheid ontstaat niet uit permanente controle, maar uit verbondenheid. Een plein waar mensen elkaar kennen, waar kwetsbaren niet worden weggeduwd maar begeleid, waar ondernemers zich gesteund voelen door hun buurt, is een plein waar overlast minder kans krijgt om zich vast te zetten.
Dat vraagt tijd. Het vraagt vertrouwen. En het vraagt politieke moed om te erkennen dat sommige problemen niet opgelost worden door harder op te treden, maar door dieper te investeren.
Van incident naar transitie
Antwerpen-Noord staat symbool voor een bredere stedelijke uitdaging. Blijven we incidenten managen met telkens dezelfde instrumenten? Of durven we kiezen voor een structurele transitie naar commons-based stadsontwikkeling?
De kiemen zijn er al. In 2060 wordt elke dag gewerkt aan solidariteit, ontmoeting en gedeeld beheer. Wat ontbreekt, is niet initiatief van onderuit. Wat ontbreekt, is een stadsbestuur dat die initiatieven centraal zet in plaats van ze als aanvulling te beschouwen.
Misschien moeten we stoppen met vragen waarom het plein niet “onder controle” geraakt. En beginnen met de vraag wie het plein eigenlijk draagt.
Antwerpen-Noord heeft geen strengere hand nodig. Het heeft sterkere handen nodig — samen.
Koen Wynants