De NAVO heeft artikel 5. Wanneer krijgt de aarde een artikel 5? Waarom de 21e eeuw nood heeft aan een wereldcommonsorde

De wereld maakt zich opnieuw klaar voor een tijdperk van onzekerheid. Regeringen verhogen defensiebudgetten. Miljarden vloeien naar nieuwe wapensystemen. Legers worden versterkt. De boodschap is duidelijk: veiligheid moet opnieuw centraal staan. En terecht. Een wereld zonder vrede en internationale rechtsregels is geen wereld waarin samenlevingen kunnen bloeien. Maar tegelijk voltrekt zich een andere veiligheidscrisis die zich niet laat tegenhouden door grenzen, legers of militaire macht.

De klimaatcrisis.

Deze zomer zien we opnieuw de signalen: extreme hitte, dodelijke temperaturen, verwoestende bosbranden, droogte en ecosystemen die steeds verder onder druk komen te staan. Toch behandelen we deze crisis nog steeds alsof ze behoort tot een apart beleidsdomein: het "milieu". Dat is een historische vergissing. De klimaatcrisis is geen milieuprobleem naast andere problemen. Ze raakt aan de fundamenten van onze veiligheid: voedsel, water, gezondheid, economie en maatschappelijke stabiliteit. De vraag van deze eeuw is daarom niet alleen hoe we ons beschermen tegen elkaar. De vraag is hoe we samen zorgen voor het systeem waarvan we allemaal afhankelijk zijn.

Onze veiligheidsinstituties stammen uit de vorige eeuw

Na twee wereldoorlogen bouwde de wereld instituties om vrede en veiligheid tussen staten te organiseren. De NAVO. De Verenigde Naties. De Europese samenwerking. Ze vertrokken vanuit een revolutionair inzicht: sommige bedreigingen zijn te groot om alleen te beantwoorden. Veiligheid ontstaat door samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid. Maar de grote bedreigingen van vandaag passen steeds minder binnen nationale grenzen. Een virus houdt geen rekening met paspoorten. Een bosbrand stopt niet aan een grensovergang. Een veranderend klimaat vraagt geen toestemming aan regeringen. De problemen zijn mondiaal geworden, maar onze antwoorden zijn nog grotendeels nationaal georganiseerd. Daar zit de grote institutionele uitdaging van de 21e eeuw.

De aarde is de grootste common die we delen

Vanuit het commonsdenken is de klimaatcrisis in essentie een crisis van gedeeld beheer. Een common is iets waarvan iedereen afhankelijk is, maar dat niemand alleen kan beheren. Water. Lucht. Oceanen. Biodiversiteit. Een stabiel klimaat. Deze systemen zijn niet van niemand. Ze zijn van ons allemaal. Maar precies daarom kunnen ze niet behandeld worden als gewone economische goederen. We hebben de atmosfeer gebruikt als gratis afvalruimte. Bossen als grondstoffenvoorraad. Open ruimte als bouwreserve. Natuur als iets dat beschikbaar is zolang de marktwaarde beperkt blijft. Maar de aarde is geen bezit. Ze is de basisvoorwaarde voor al ons bezit.

Van collectieve verdediging naar collectieve zorg

De NAVO is gebaseerd op een krachtig principe: een aanval op één lidstaat wordt beschouwd als een bedreiging voor allen. Waarom bestaat er geen gelijkaardig principe voor de bescherming van onze planetaire commons? Wat als we zouden erkennen dat de vernietiging van ecosystemen, de destabilisering van het klimaat en het verlies van biodiversiteit geen problemen van afzonderlijke landen zijn, maar bedreigingen voor iedereen? Dan ontstaat een ander perspectief. Een wereldcommonsorde. Geen wereldregering. Geen utopie. Maar een nieuwe laag van internationale samenwerking waarin landen, steden, burgers en gemeenschappen samen verantwoordelijkheid opnemen voor de systemen die ons leven mogelijk maken.

Een wereldcommonsorde zou investeren in:

  • klimaatadaptatie in kwetsbare regio's;

  • herstel van bossen, oceanen en biodiversiteit;

  • gedeelde kennis en technologie;

  • fossielvrije energie;

  • waterveiligheid;

  • klimaatbestendige steden.

Niet als liefdadigheid. Maar als collectieve veiligheid.

De grootste uitdaging: politiek die nog gevangen zit in de oude logica

Natuurlijk rijst de vraag: wie gaat zo'n wereldcommonsorde organiseren? De huidige internationale politiek is nog sterk gebaseerd op nationale belangen, economische concurrentie en geopolitieke macht. Staten zullen niet vanzelf hun verantwoordelijkheid opnemen. Geschiedenis leert echter dat grote maatschappelijke veranderingen zelden beginnen in regeringsgebouwen.

Ze beginnen vaak bij mensen die nieuwe praktijken ontwikkelen. De arbeidersbeweging bouwde organisaties lang voor sociale rechten wettelijk werden verankerd. De milieubeweging creëerde bewustzijn lang voor klimaatbeleid politieke prioriteit werd. Coöperaties bewezen dat economie ook anders georganiseerd kan worden. Ook een wereldcommonsorde zal waarschijnlijk niet plots worden aangekondigd op een internationale top. Ze zal moeten groeien.

Van lokale commons naar mondiale verandering

Een wereldcommonsorde begint misschien niet in Genève of New York. Ze begint in buurten. In steden. In gemeenschappen. Elke energiecoöperatie waarin burgers samen eigenaar worden van de energietransitie. Elke buurt die samen onthardt en vergroent. Elke gemeenschap die water niet langer als afvalstroom maar als gedeelde hulpbron beheert. Elke boer en burger die samen werkt aan een ander voedselsysteem. Het zijn geen kleine uitzonderingen. Het zijn oefenplaatsen voor een andere manier van samenleven. Ze tonen dat burgers niet alleen consumenten of kiezers zijn. Ze kunnen ook mede-beheerders zijn van hun leefomgeving.

Vlaanderen als proeftuin

Ook Vlaanderen kan hierin een rol spelen. Niet door de wereldcommonsorde uit te roepen. Wel door te tonen hoe ze eruit kan zien. Door buurten te ondersteunen die zelf klimaatoplossingen ontwikkelen. Door energie, voedsel, water en natuur opnieuw als gedeelde verantwoordelijkheden te organiseren. Door nieuwe vormen van samenwerking tussen burgers, overheden, onderzoekers en organisaties mogelijk te maken. Dat is precies waar middenveldorganisaties zoals Commons Lab een rol spelen.

Niet door te wachten op de grote internationale verandering. Maar door vandaag al te oefenen in de principes waarop ze gebaseerd zal zijn:

  • gedeeld eigenaarschap.

  • democratische besluitvorming.

  • zorg voor de leefomgeving.

  • samen leren en experimenteren.

De strategische keuze van deze eeuw

De discussie van vandaag wordt vaak verkeerd voorgesteld. Alsof we moeten kiezen tussen veiligheid en klimaat. Maar dat is een vals dilemma. Geen leger kan een hittegolf stoppen. Geen raket kan een rivier herstellen. Geen tank kan biodiversiteit terugbrengen. De echte strategische keuze is welke wereldorde we willen bouwen. Een wereld waarin landen vooral concurreren om macht, grondstoffen en veiligheid? Of een wereld waarin landen ook leren samenwerken rond wat ons allemaal draagt? De twintigste eeuw bouwde een internationale veiligheidsorde. De eenentwintigste eeuw moet een wereldcommonsorde bouwen. Misschien krijgt de aarde nooit letterlijk een artikel 5. Maar misschien moeten we wel handelen alsof dat zo is. Want een aanval op onze planetaire commons is uiteindelijk een bedreiging voor ons allemaal.

De wereldcommonsorde zal niet worden uitgevonden door één leider, één verdrag of één instelling. Ze zal groeien uit miljoenen mensen die vandaag al leren hoe we samen zorg kunnen dragen voor wat van ons allemaal is. De toekomst van de aarde zal niet alleen worden bepaald door de machtigen. Maar door iedereen die verantwoordelijkheid neemt voor het gemeenschappelijke huis waarin we leven.

OpinieKoen Wynants