Over wachten, verwondering en commoning op Amandus 2060
Gisteren organiseerden we in de Sint-Amanduskerk een lezing van Dirk De Wachter over wachten als levenshouding. Terwijl ik luisterde, moest ik steeds meer aan Amandus 2060 denken, het commonsexperiment waarbij ik zelf betrokken ben, zowel vanuit mijn persoonlijk alsook mijn professioneel engagement.
Niet alleen aan wachten, maar ook aan wat De Wachter vertelde over verwondering voor het andere, voor de andere. En misschien nog meer aan de zorg die daarin besloten ligt: aandacht hebben voor wat en wie voor je staat, zonder onmiddellijk te oordelen of in te vullen. Misschien raken die drie houdingen — wachten, verwonderen en zorgen — aan de kern van wat wij bij Commons Lab proberen te doen.
We leven in een tijd waarin we snel moeten weten. Snel een mening vormen, snel reageren, snel beslissen. Ook wanneer mensen met elkaar botsen, zoeken we vaak onmiddellijk naar posities: wie heeft gelijk, wie zit fout? Commoning vraagt iets anders.
Het vraagt dat we soms even wachten. Dat we niet onmiddellijk invullen wie de ander is. Dat we luisteren voordat we oordelen. Dat we kunnen verdragen dat we elkaar nog niet helemaal begrijpen.
En dat we ondertussen zorg dragen voor de relatie.
Amandus als plek van verschil
Dat is op de Amandussite bijzonder relevant.
De kerk staat midden in een superdiverse buurt. Verschillende generaties, talen, religies, levensverhalen en wereldbeelden komen er samen. Mensen die de plek al tientallen jaren kennen, ontmoeten er mensen die er pas net hun weg zoeken. Mensen met verschillende ideeën over wat de kerk betekent en wat ze zou kunnen worden.
Dat verschil is geen probleem dat we eerst moeten oplossen. Het is het vertrekpunt.
Als Commons Lab proberen we Amandus niet van bovenaf een nieuwe bestemming te geven. We willen de plek ontwikkelen als een common: een ruimte waarin mensen niet alleen mogen deelnemen, maar waarin ze mee vormgeven, mee beslissen en mee verantwoordelijkheid opnemen.
Dat betekent ook dat we niet vooraf precies weten wat Amandus moet worden. We experimenteren samen een toekomst.
Verwondering als commons-houding
Daarvoor is verwondering nodig. Niet alleen: ik verdraag dat jij anders bent. Maar: wat kan ik leren van het feit dat jij anders bent dan ik? De ander is dan geen doelgroep, geen probleem of vertegenwoordiger van een bepaalde groep. De ander wordt iemand die mijn eigen blik kan veranderen. Dat vraagt nederigheid.
Ook wij als Commons Lab moeten opletten dat we niet te snel denken te weten wat goed is voor een buurt, een gemeenschap of een plek. Zelfs met de beste bedoelingen kunnen we anderen uitnodigen in een verhaal dat we zelf al geschreven hebben. Een echte commoningpraktijk vraagt daarom dat we bereid zijn ons eigen verhaal te laten veranderen door de ontmoeting. En dat we zorg dragen voor die ontmoeting.
Zorg vraagt tijd
Zorg is misschien wel het meest onderschatte onderdeel van maatschappelijke verandering. Zorgen betekent aandacht geven. Aan mensen, aan relaties, aan een plek, aan natuur. Het betekent merken wanneer iemand niet meer mee is. Een conflict niet onmiddellijk afschrijven. Een ruimte onderhouden. Opnieuw contact zoeken. Tijd maken voor iemand die niet vanzelfsprekend aan het woord komt. Dat is niet spectaculair. Het levert niet altijd onmiddellijk resultaat op. Maar zonder die zorg groeit er geen gemeenschap. Een common is immers niet alleen een gedeeld stuk grond, een gebouw of een project. Het is een voortdurend proces van zorgen voor wat we samen delen.
Wachten is niet niets doen
Ook wachten betekent niet passief blijven. De Wachter spreekt over een waakzaam wachten: ruimte maken voor overleg, twijfel en aandacht, om vervolgens op het juiste moment te handelen. Dat herkennen we op Amandus. We planten, bouwen, organiseren, ontmoeten, experimenteren. Tegelijk laten we ruimte voor wat nog moet ontstaan. Een common kun je immers niet volledig ontwerpen. Je kunt voorwaarden creëren. Mensen samenbrengen. Zorg opnemen. Ruimte geven. Dingen uitproberen. Maar vertrouwen, verbondenheid en mede-eigenaarschap groeien langzaam. Zoals natuur. Zoals een gemeenschap.
Amandus hoeft nog niet af te zijn
Misschien is dat wel de kracht van deze plek. Amandus is geen afgewerkt project. Het is een plek in wording. Een plek waar natuur, erfgoed, buurt, cultuur en gemeenschap elkaar kunnen beïnvloeden. Waar verschillende mensen niet hetzelfde moeten denken om samen verantwoordelijkheid te kunnen opnemen.
Dat vraagt tijd. En het vraagt de moed om het nog niet allemaal te weten. Misschien is dat uiteindelijk wat commoning betekent: samen ruimte maken voor iets wat nog niet bestaat — en er ondertussen zorg voor dragen. Niet door verschillen weg te werken, maar door ermee te leren leven. Niet door onmiddellijk consensus te zoeken, maar door nieuwsgierig te blijven. Niet door alles vooraf te plannen, maar door samen te experimenteren en te leren.
Elkaar niet begrijpen, en toch voor elkaar zorgen
Misschien is dat de rol die Amandus 2060 kan spelen in Antwerpen-Noord. Niet alleen een kerk met een nieuwe bestemming. Niet alleen een gebouw dat gedeeld wordt. Maar een ‘commons lab’ voor samenleven.
Een plek waar we kunnen oefenen in iets wat onze samenleving steeds moeilijker lijkt te vinden: samenleven met mensen die anders zijn dan wij. Waar we kunnen wachten voordat we oordelen. Waar we ons kunnen verwonderen voordat we categoriseren. Waar we kunnen luisteren zonder onmiddellijk te willen overtuigen. Waar we zorg dragen voor elkaar, ook wanneer we het niet eens zijn. En waar we, ondanks onze verschillen, toch samen iets kunnen maken. Want misschien begint een common niet wanneer we elkaar begrijpen. Misschien begint ze wanneer we nieuwsgierig genoeg zijn om elkaar nog niet te begrijpen — en zorgzaam genoeg om toch samen te blijven.