Hoe commons een nieuw verhaal over de klimaattransitie kunnen vertellen

De klimaatcrisis is ernstig. Daarover bestaat weinig twijfel. De wetenschappelijke waarschuwingen zijn helder, de gevolgen worden steeds zichtbaarder en de noodzaak om onze samenleving te veranderen is groot. Toch lijkt de manier waarop we over die verandering communiceren ons niet altijd dichter bij een oplossing te brengen.

Vanuit de klimaatbeweging klinkt vaak een boodschap van urgentie. We moeten minder vliegen, minder vlees eten, minder consumeren, minder energie gebruiken en anders omgaan met onze mobiliteit. De boodschap is begrijpelijk: als we de klimaatcrisis willen afwenden, kunnen we niet blijven doen alsof er niets aan de hand is.

Maar wat gebeurt er wanneer een verhaal over verandering vooral wordt ervaren als een verhaal over verlies? Wanneer mensen het gevoel krijgen dat hun comfort, hun verworvenheden of hun manier van leven ter discussie worden gesteld? Dan dreigt de klimaatboodschap niet alleen te overtuigen, maar ook weerstand op te roepen.

Misschien hebben we daarom niet alleen nood aan een krachtiger klimaatverhaal, maar ook aan een ander klimaatverhaal. Een verhaal dat niet uitsluitend vertelt wat we moeten opgeven, maar vooral wat we samen kunnen ontwikkelen. Een verhaal dat niet vertrekt vanuit beperkingen, maar vanuit mogelijkheden. En dat mensen niet alleen aanspreekt als consumenten die hun gedrag moeten aanpassen, maar als burgers die mee vorm kunnen geven aan de samenleving.

“Misschien moeten we de klimaattransitie minder communiceren als een noodzakelijke opoffering en meer als een uitnodiging om samen een betere samenleving te bouwen.”

Twee verhalen, gevangen in angst

In het maatschappelijke debat lijken twee toekomstbeelden steeds vaker tegenover elkaar te staan. Vanuit (een deel van) de klimaatbeweging klinkt de waarschuwing dat onze huidige levenswijze de planeet onleefbaar dreigt te maken. Om een ecologische catastrofe te vermijden, moeten we ingrijpend veranderen.

Daartegenover staat een politiek verhaal dat sterk vertrouwt op technologische innovatie. Elektrificatie, artificiële intelligentie, nieuwe energiebronnen en efficiëntiewinsten moeten ons toelaten de problemen op te lossen zonder onze manier van leven fundamenteel te veranderen. Technologie zal ons redden, zo luidt de belofte.

Maar opvallend genoeg gaat dat technologische optimisme soms samen met een bijzonder pessimistisch beeld van de samenleving. Oorlogsdreiging, migratie, maatschappelijke ontwrichting en verlies van identiteit worden voorgesteld als existentiële bedreigingen.

Daarbij wordt onvoldoende erkend dat klimaatverandering zelf een factor kan zijn in geopolitieke instabiliteit, schaarste, conflicten en gedwongen migratie. Klimaat is niet de enige oorzaak van deze problemen, maar kan bestaande spanningen wel versterken.

Zo komen we in een merkwaardige impasse terecht. Het ene verhaal waarschuwt dat onze samenleving zal instorten als we niet veranderen. Het andere waarschuwt dat onze samenleving zal verdwijnen als we wel veranderen.

Beide verhalen mobiliseren angst. Beide kunnen mensen tegenover elkaar plaatsen. En beide laten weinig ruimte voor een toekomst waaraan we samen kunnen bouwen.

Natuurlijk is angst soms nodig. De ernst van de klimaatcrisis mag niet worden gebagatelliseerd. Ook technologische innovatie is onmisbaar. Maar angst alleen biedt geen perspectief. En technologie alleen vertelt ons niet welke samenleving we willen ontwikkelen. De vraag is dus niet alleen hoe we de klimaatcrisis kunnen oplossen. De vraag is ook: welke toekomst willen we eigenlijk samen creëren?


Van een gedeelde kwetsbaarheid naar een gedeelde kracht

Een interessante inspiratiebron vinden we bij Kom op tegen Kanker. Kanker is een bijzonder ernstig probleem. De ziekte brengt lijden, onzekerheid en verlies met zich mee. De communicatie rond kanker kan onmogelijk uitsluitend positief zijn. De ernst van de situatie moet benoemd worden.

Toch is Kom op tegen Kanker erin geslaagd om rond die realiteit een brede beweging van solidariteit en engagement te ontwikkelen. Mensen fietsen, wandelen, organiseren acties, zamelen geld in, ondersteunen patiënten en dragen bij aan onderzoek. De boodschap is niet alleen dat kanker verschrikkelijk is. De boodschap is ook dat we samen iets kunnen doen.

Een gedeelde kwetsbaarheid wordt omgezet in een gedeelde kracht. Mensen worden niet alleen geconfronteerd met een probleem, maar krijgen ook een rol in de aanpak ervan. Ze kunnen bijdragen, deelnemen en deel uitmaken van iets dat groter is dan henzelf. De vergelijking met de klimaatbeweging gaat overigens verder dan de mobilisatie van mensen. Kom op tegen Kanker zet ook in op preventie, beleidsbeïnvloeding en een gezonde leefomgeving. De organisatie pleit onder meer voor een sterker milieubeleid en maatregelen tegen kankerverwekkende stoffen en hormoonverstoorders. Daarmee erkent ze dat kanker niet uitsluitend een individueel gezondheidsprobleem is, maar ook samenhangt met maatschappelijke en omgevingsfactoren.

Dat is een belangrijk onderscheid. Een positieve beweging hoeft geen oppervlakkige beweging te zijn. Solidariteit en hoop kunnen samengaan met structurele kritiek en politieke actie. Misschien kan de klimaatbeweging daar iets uit leren. De klimaatcrisis is ernstig, maar we zijn niet machteloos. De transitie vraagt verandering, maar die verandering kan ons ook iets waardevols opleveren. We hoeven de toekomst niet alleen te ondergaan. We kunnen haar samen vormgeven.

Dat vraagt een verschuiving: van de communicatie over wat er verloren dreigt te gaan naar de communicatie over wat er mogelijk wordt.

De salariswagen: van een verhit debat naar een gedeeld alternatief

Een van de meest polariserende klimaatdossiers in België is dat van de salariswagen. De salariswagen is meer dan een vervoersmiddel. Voor veel werknemers maakt hij deel uit van hun loonpakket, hun comfort en hun financiële zekerheid. Wanneer de klimaatbeweging of de politiek pleit voor een afbouw van salariswagens, wordt dat dan ook al snel ervaren als het afnemen van een verworven voordeel.

Het debat dreigt daardoor vast te lopen in een tegenstelling tussen klimaatdoelstellingen en individuele belangen. Maar wat als we de vraag anders stellen? Niet: hoe schaffen we de salariswagen af? Wel: hoe organiseren we comfortabele, betaalbare en duurzame mobiliteit waartoe iedereen toegang heeft?

In Mechelen toont burgercoöperatie Klimaan hoe een ander mobiliteitsmodel vorm kan krijgen. Via elektrische deelwagens kunnen burgers gebruikmaken van duurzame mobiliteit zonder noodzakelijk zelf een wagen te bezitten. Als coöperant kunnen ze bovendien mede-eigenaar worden van het systeem. Dat opent een ander perspectief.

Stel dat werknemers niet langer uitsluitend afhankelijk zijn van een individueel wagenbezit of een salariswagen, maar toegang krijgen tot een netwerk van comfortabele elektrische deelwagens. Stel dat die wagens rijden op hernieuwbare energie. En stel dat de gebruikers niet alleen klanten zijn, maar ook mede-eigenaars die mee kunnen beslissen over de organisatie van het systeem. Dan verandert de betekenis van de klimaattransitie.

Het gaat niet langer uitsluitend over het afbouwen van een voordeel. Het gaat over het ontwikkelen van een mobiliteitssysteem waarin duurzame mobiliteit toegankelijker wordt, waarin middelen efficiënter worden gedeeld en waarin burgers meer zeggenschap krijgen. Dat betekent niet dat deelwagens voor iedereen en in elke situatie een volwaardig alternatief zijn voor een salariswagen. De behoeften van werknemers, de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van voertuigen moeten ernstig worden genomen.

Maar het voorbeeld toont wel dat de klimaattransitie niet noodzakelijk begint bij het afnemen van iets. Ze kan ook beginnen bij het samen ontwikkelen van iets nieuws. Van bezit naar toegang. Van consument naar mede-eigenaar. Van individuele oplossing naar gemeenschappelijk systeem.

Commons: een ander verhaal én een andere praktijk

Hier ligt volgens mij het potentieel van het commonsgedachtengoed. Commons vertrekken vanuit de overtuiging dat mensen in staat zijn om hulpbronnen gezamenlijk te ontwikkelen, te delen en te beheren. Niet alles hoeft individueel bezit te zijn. Niet alles hoeft via de markt of de overheid georganiseerd te worden. Mensen kunnen zich ook zelf organiseren om voorzieningen te creëren die bijdragen aan het welzijn van een gemeenschap.

Dat is niet alleen een economische of organisatorische keuze. Het is ook een ander perspectief op de samenleving. Wanneer burgers samen een energiecoöperatie ontwikkelen, zijn ze niet langer uitsluitend consumenten van energie. Ze worden medeproducenten en mede-eigenaars. Wanneer bewoners samen een buurtgroen beheren, zijn ze niet alleen gebruikers van de publieke ruimte. Ze dragen ook verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling ervan.

Wanneer mensen samen voedselproductie organiseren, ontstaat niet alleen een duurzamer voedselsysteem. Er ontstaan ook relaties, kennisuitwisseling en nieuwe vormen van solidariteit. Commons maken zichtbaar dat duurzaamheid niet uitsluitend draait om individuele gedragsverandering. Ze gaat ook over de manier waarop we onze samenleving organiseren.

En precies daar kan een nieuw klimaatverhaal ontstaan. Een verhaal waarin mensen niet worden aangesproken op wat ze allemaal verkeerd doen, maar worden uitgenodigd om mee te bouwen aan alternatieven. Een verhaal waarin de klimaattransitie niet alleen een technische operatie is, maar ook een democratisch en sociaal project. Een verhaal waarin de vraag niet langer uitsluitend luidt: hoeveel moeten we besparen, verminderen of opgeven?

Maar ook: welke hulpbronnen kunnen we samen ontwikkelen? Welke voorzieningen kunnen we delen? Welke beslissingen kunnen we samen nemen? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat de voordelen van de transitie bij iedereen terechtkomen?

Niet alleen een ander verhaal, maar ook andere machtsverhoudingen

Een commonsbenadering mag echter niet verworden tot een communicatietruc om de klimaattransitie aantrekkelijker te maken. De vraag wie eigenaar is van hulpbronnen, wie beslissingen neemt en wie de voordelen ontvangt, is minstens zo belangrijk als de vraag hoe we over de transitie communiceren. De salariswagen is bijvoorbeeld niet alleen een mobiliteitsprobleem. Hij is ook verbonden met fiscale keuzes, arbeidsvoorwaarden, economische belangen en de manier waarop mobiliteit vandaag wordt georganiseerd.

Een commonsbenadering stelt die structuren ter discussie. Ze zoekt naar manieren waarop mensen meer zeggenschap kunnen krijgen over voorzieningen die essentieel zijn voor hun leven. Ze verbindt ecologische duurzaamheid met sociale rechtvaardigheid en democratisering. Daarin schuilt ook een belangrijke uitdaging. Commons kunnen niet alle structurele problemen oplossen. Ze kunnen niet in de plaats komen van overheidsbeleid, regelgeving of publieke investeringen. En ze mogen niet dienen als excuus om verantwoordelijkheden af te schuiven op burgers of vrijwilligers.

Maar ze kunnen wel laten zien dat er andere manieren bestaan om de samenleving te organiseren. Ze kunnen alternatieven ontwikkelen, mensen verbinden en nieuwe vormen van collectief eigenaarschap mogelijk maken. Ze maken een andere toekomst niet alleen denkbaar, maar ook tastbaar.

Een toekomst om naar uit te kijken

Een positief klimaatverhaal is niet hetzelfde als een naïef verhaal. We moeten eerlijk blijven over de grenzen van onze planeet. We moeten erkennen dat sommige veranderingen onvermijdelijk zijn en dat niet elke bestaande praktijk behouden kan blijven. Ook commons zijn geen wondermiddel. Ze vragen tijd, engagement, samenwerking en soms moeilijke keuzes.

Maar een samenleving die uitsluitend communiceert over wat niet langer kan, loopt het risico mensen te verliezen. Een samenleving die daarnaast laat zien wat er wél mogelijk is, kan mensen opnieuw verbinden met de toekomst. Misschien ligt de kracht van commons precies daarin. Ze maken de toekomst niet alleen voorstelbaar, maar ook ervaarbaar. Mensen kunnen deelnemen aan concrete initiatieven, zelf ontdekken wat werkt en ervaren dat verandering niet noodzakelijk betekent dat ze iets moeten verliezen.

Ze kunnen ontdekken dat een gedeelde elektrische wagen comfortabel kan zijn. Dat een energiecoöperatie niet alleen duurzame energie oplevert, maar ook zeggenschap. Dat een gedeelde tuin niet alleen biodiversiteit versterkt, maar ook ontmoetingen mogelijk maakt. De klimaattransitie krijgt zo een gezicht. Ze wordt iets wat mensen samen doen, in plaats van iets wat hen wordt opgelegd. Dat vraagt ook iets van de klimaatbeweging. Naast protest, waarschuwingen en politieke druk is er nood aan het zichtbaar maken van alternatieven. Aan het ondersteunen van initiatieven waarin mensen zelf eigenaar worden van verandering. Aan het ontwikkelen van plekken waar de samenleving van morgen vandaag al kan worden uitgeprobeerd. Niet alleen vertellen dat het anders moet, maar laten zien hoe het anders kan. Niet alleen wijzen op wat verloren dreigt te gaan, maar ruimte maken voor wat kan groeien. Niet alleen mobiliseren tegen een bedreiging, maar mensen mobiliseren rond een gedeelde ambitie.

Misschien moeten we de klimaattransitie daarom niet langer uitsluitend beschouwen als een opdracht om onze voetafdruk te verkleinen. Misschien moeten we haar ook zien als een kans om onze gemeenschappelijke kracht te vergroten.

“Van doem naar goesting. Van angst naar handelingsvermogen. Van individuele opoffering naar collectief eigenaarschap.”

De toekomst wordt niet alleen bepaald door de technologie die we ontwikkelen of de politieke beslissingen die we nemen. Ze wordt ook bepaald door de manier waarop we ons met elkaar verbinden en de samenleving die we samen organiseren. De klimaattransitie kan een verhaal van verlies blijven. Maar ze kan ook een verhaal worden van gemeenschappelijkheid. Een verhaal waarin we niet alleen proberen te redden wat er nog te redden valt, maar waarin we samen iets ontwikkelen dat het waard is om naartoe te groeien.

Koen Wynants